AB 2022/104
Vervolging wegens godsdienstige redenen. Beoordeling geloofwaardigheid gesteld atheïsme. Onderscheid tussen afvalligheid en atheïsme noodzakelijk bij beoordeling asielrelazen. Voor beoordeling risico vervolging of onmenselijke behandeling bij toegedicht atheïsme geen geloofwaardige bekering atheïsme noodzakelijk.
ABRvS 19-01-2022, ECLI:NL:RVS:2022:93, m.nt. V.M. Bex-Reimert
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
19 januari 2022
- Magistraten
Mrs. N. Verheij, A.J.C. de Moor-van Vught, B. Meijer
- Zaaknummer
202005668/1/V2
- Noot
V.M. Bex-Reimert
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS637133:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Vreemdelingenrecht / Verblijf
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:93, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 19‑01‑2022
- Wetingang
Art. 1A Vluchtelingenverdrag; art. 8-9 Richtlijn 2011/95/EU (Kwalificatierichtlijn); art. 29 VW 2000; art. 3.37-3.37a VV 2000
Essentie
Bij het onderzoek naar en de beoordeling van de geloofwaardigheid van de gestelde overtuiging is een onderscheid tussen atheïsme en afvalligheid noodzakelijk. Verschillen en overeenkomsten tussen de beoordeling van atheïsme en afvalligheid. Bij de vraag of de vreemdeling kan terugkeren, kan de staatssecretaris niet volstaan met het standpunt dat de door de vreemdeling gestelde gebeurtenissen ongeloofwaardig zijn. Onderzocht moet worden hoe de vreemdeling bij terugkeer uiting wil geven aan zijn atheïsme en of die verklaringen geloofwaardig zijn. Indien het gestelde atheïsme ongeloofwaardig wordt geacht, moet nog steeds onderzocht worden of de vreemdeling niet in de negatieve belangstelling van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.