RBP 2014/59
Appelverbod. Kan het rechtsmiddelenverbod van art. 1019bb Rv op basis van de zogenaamde doorbrekingsjurisprudentie worden doorbroken?
HR 18-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:943 (Schijf c.s./Laclé)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 april 2014
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
13/01106
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Roepnaam
Schijf c.s./Laclé
- JCDI
JCDI:ADS918581:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:943, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2013:2369, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑12‑2013
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑03‑2013
- Wetingang
Art. 1019w lid 1, 1019bb, 1019cc Rv
Essentie
Deelgeschilprocedure. Appelverbod. Doorbrekingsjurisprudentie.
Kan het rechtsmiddelenverbod van art. 1019bb Rv op basis van de zogenaamde doorbrekingsjurisprudentie worden doorbroken?
Samenvatting
Werknemer heeft bij de uitoefening van zijn werkzaamheden letsel opgelopen. In de onderhavige deelgeschilprocedure heeft werknemer de kantonrechter op grond van art. 1019w Rv verzocht voor recht te verklaren dat de derde, bij wie hij tijdens het arbeidsongeval was tewerkgesteld, haar zorgplicht jegens hem niet is nagekomen en aansprakelijk is voor de schade die hij daardoor heeft geleden. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen. Het hof heeft de derde in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.