Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/10.5.2
10.5.2 Beoordeling
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947890:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 7.6.2.
Michel 2011, p. 39.
Onderzoek geeft overigens aanleiding te veronderstellen dat de effecten van regionale differentiatie beperkt zijn. Zie Michel 2011, p. 16-17.
Kiesraad 2011, p. 8.
Kamerstukken II 2011/12, 33268, nr. 3, p. 11. De Kiesraad zelf merkte daarover op dat het niet in alle kieskringen deelnemen aan de verkiezingen een ‘weinig kansrijke onderneming’ is: Kiesraad 2011, p. 9.
Klein wees in dat kader op het fenomeen van de meervoudig verkozen kandidaten, zijnde kandidaten die op meerdere lijsten verkozen worden. De zetels die zij niet bekleden, worden doorgegeven aan andere kandidaten op dezelfde lijst. ‘Wat volgt is een complex en onnavolgbaar doorschuifsysteem.’ Kamerstukken II 2014/15, 34247, nr. 3, p. 2-3.
SP-fractie, PvdD-fractie en de leden Houwers en Klein. Handelingen II 2016/17, nr. 43, item 16.
Zie ook Staatscommissie-Remkes 2018, p. 120-121.
Kiesraad 2011, p. 9.
Staatscommissie-Remkes 2018, p. 124.
De Kiesraad vindt 5000 wel aan de hoge kant, gelet op de manier waarop de verklaringen moeten worden verzameld. Kiezers moeten daarvoor de gang naar het gemeentehuis maken (art. H 4 lid 3 Kw). De Kiesraad ziet voor een dergelijke verhoging alleen ruimte als kiezers de ondersteuningsverklaringen ook digitaal kunnen afleggen. Zie Kiesraad 2021a, p. 6-7.
Los van het feit dat de mogelijkheid om per kieskring een andere kandidatenlijst in te dienen, door de verhoging van het maximum aantal kandidaten per lijst, onnodig is geworden, komt een aantal principiële bezwaren in beeld. Ten eerste zorgt differentiatie ervoor dat de kiezer op het stembiljet niet alle kandidaten te zien krijgt die aan de verkiezingen deelnemen. Het uitgangspunt van vrij kiesrecht, meer in het bijzonder het recht op vrije meningsvorming, vereist dat de staat de kiezer meedeelt welke kandidaten aan de verkiezingen deelnemen.1 De kieskringen zorgen ervoor dat de stem van de kiezer in theorie kan meewerken aan de verkiezingen van een van deze voor hem onzichtbare kandidaten.2 Bij de vaststelling van de verkiezingsuitslag worden de stemmen per lijstengroep bij elkaar opgeteld, die, na het aanwijzen van de kandidaten die met voorkeurstemmen zijn verkozen, op volgorde van de lijst aan de kandidaten toekomen. Deze regeling van stemmenoverdracht, die voortvloeit uit de inrichting van het Nederlandse lijstenstelsel op basis van evenredige vertegenwoordiging, brengt de noodzaak met zich dat kiezers vooraf weten aan wie hun stem kan toekomen. Een tweede bezwaar betreft het gegeven dat de kiezer die op een kandidaat stemt die slecht in een of enkele kieskringen verkiesbaar is, niet geacht kan worden op de hoogte te zijn van het feit dat deze kandidaat niet landelijk verkiesbaar is en dus nauwelijks kans maakt op een Kamerzetel. Ook wat dat betreft is sprake van een informatieachterstand die invloed kan hebben op de stem van de kiezer en op gespannen voet staat met het recht van de kiezer om een geïnformeerde keuze te maken.
Het oorspronkelijke doel van de kieskringen, te weten het waarborgen van een band tussen kiezer en gekozene en het voorkomen van centralisatie van partijen, is in de loop der jaren uit beeld verdwenen en wordt met de huidige regeling niet bereikt. Het centrale karakter van de politieke partijen is sinds jaar en dag een gegeven. De weinige partijen die met regionale differentiatie in de kandidatenlijsten willen laten zien dat zij opkomen voor een bepaalde regio, trekken daarmee wellicht meer stemmen, maar bewerkstelligen in de praktijk slechts een band tussen kiezers en kandidaten die uiteindelijk niet worden gekozen.3 Bezien in combinatie met de principiële bezwaren die aan te voeren zijn tegen het huidige functioneren van de kieskringen, verdient het aanbeveling om de kieskringen niet langer te benutten in de fase van kandidaatstelling. Wanneer partijen kiezers uit bepaalde regio’s willen aanspreken, biedt het indienen van één kandidatenlijst, waarop vijftig (of tachtig) kandidaten mogen staan, daartoe voldoende mogelijkheden.
Afschaffen van de kieskringen
In het verleden zijn enkele voorstellen gedaan om de kieskringen af te schaffen. In 2011 adviseerde de Kiesraad om de kieskringen niet langer te gebruiken in de fase van kandidaatstelling, maar slechts nog bij het vaststellen van de verkiezingsuitslag. Het advies kwam voort uit de constatering dat partijen nauwelijks van verschillende lijsten gebruik maakten. Afschaffing zou bijdragen aan de transparantie van het verkiezingsproces en vereenvoudiging van de verkiezingsuitslag, aldus de Kiesraad.4 De regering nam het advies echter niet over, omdat dit voor partijen met een sterk regionale achterban zou betekenen dat de drempel voor verkiezingsdeelname hoger wordt.5 Ook zou het afschaffen van kieskringen volgens de regering gepaard moeten gaan met het verhogen van het maximum aantal kandidaten dat op een lijst mag voorkomen, om het risico op lijstuitputting te ondervangen. De regering had daar bezwaar tegen, in verband met de omvang en overzichtelijkheid van het stembiljet. Enkele jaren later, in 2015, maakte het Kamerlid Klein een wetsvoorstel aanhangig dat tot doel had om de kieskringen af te schaffen. Klein wees er, in aanvulling op de eerder door de Kiesraad genoemde redenen, op dat de kieskringen het kiesstelsel zo ingewikkeld maakten, dat de kiezer het effect van zijn stem moeilijk kan beoordelen.6 Het voorstel kon echter niet op instemming van de Kamer rekenen. De kritiek concentreerde zich met name op de toegevoegde waarde van de regionale kandidaatstelling voor het bewerkstelligen van een band tussen kiezer en gekozene. Het voorstel werd uiteindelijk verworpen: slechts negentien Kamerleden stemden ermee in.7
Met de reanimatie van het voorstel van het Burgerforum Kiesstelsel is er opnieuw zicht op het afschaffen van de kieskringen. Nu het stelsel beoogt de persoonlijke en regionale component van de verkiezingen te versterken door een onderscheid tussen een lijst- en persoonsstem te introduceren en de voorkeurdrempel te schrappen, zijn kieskringen overbodig, zo is de gedachte.8 De afschaffing van de kieskringen wordt aldus gekoppeld aan de invoering van een nieuw kiesstelsel. In paragraaf 10.3 zette ik uiteen waarom het Burgerforum Kiesstelsel niet moet worden ingevoerd. Wordt het stelsel wel ingevoerd, dan ligt het inderdaad in de rede om de kieskringen af te schaffen. Ook zonder de invoering van een nieuw kiesstelsel zouden de kieskringen in de fase van de kandidaatstelling echter moeten verdwijnen.
Ondersteuningsverklaringen
Het afschaffen van de kieskringen roept vervolgens de vraag op of de regeling omtrent ondersteuningsverklaring wijziging behoeft. Onder het huidige stelsel kunnen partijen ervoor kiezen om slechts in enkele kieskringen aan de verkiezingen deel te nemen. Per kieskring waarin zij willen deelnemen, moeten dertig ondersteuningsverklaringen worden ingeleverd. De uitzondering is de kieskring Bonaire, waarvoor tien ondersteuningsverklaringen genoeg zijn.9 Het afschaffen van de (twintig) kieskringen dwingt partijen ertoe om landelijk mee te doen en dus, bij het gelijk blijven van het vereiste aantal ondersteuningsverklaringen, in totaal 580 verklaringen overleggen. Daarmee lijkt op het eerste oog de drempel voor verkiezingsdeelname hoger te worden. Daar staat echter tegenover dat de ondersteuningsverklaringen niet langer evenwichtig verspreid over het hele land verzameld hoeven te worden.10 Een partij kan de verklaringen in een beperkt aantal gemeenten verzamelen. Onder de streep wordt verkiezingsdeelname daarmee eenvoudiger. Het afschaffen van de kieskringen kan er dan ook voor zorgen dat het doel van de ondersteuningsverklaringen, te weten het voorkomen van lichtvaardige verkiezingsdeelname, niet langer wordt bereikt. Het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen zou dan ook verhoogd moeten worden. In het kader van het tegengaan van parlementaire versplintering adviseerde de Staatscommissie-Remkes in 2018 een verhoging naar 1200 verklaringen,11 nog altijd een zeer laag aantal wanneer deze verklaringen landelijk verzameld kunnen worden. Het is daarom terecht dat de regering in het wetsvoorstel voor het Burgerforum Kiesstelsel een aantal van 5000 verklaringen bepleit. Zonder de in kieskringen noodzakelijke, regionale spreiding van ondersteuningsverklaringen, wordt met dat aantal een drempel opgeworpen tegen lichtvaardige verkiezingsdeelname, zonder het beginsel van algemeen kiesrecht in onredelijke mate te beperken.12