Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/2.6:2.6 Samenvatting
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/2.6
2.6 Samenvatting
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353804:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 2 bevat het begrippenkader dat in dit onderzoek zal worden gehanteerd. Centraal staat het wetssysteem: volgens bepaalde criteria geordende, onderling samenhangende regels. Bij elk wetssysteem kan een formeel en een materieel aspect worden onderscheiden. Bij formele wetssystemen ligt het accent op de uiterlijk zichtbare ordening. Bij materiële wetssystemen ligt het accent op de inhoudelijke systeemordeningscriteria en de onderlinge samenhang. Voor het antwoord op de vraag in welke gevallen bundeling van omgevingsrecht verantwoord is, is van belang de samenhang binnen een wetssysteem die aansluit bij de werkelijkheid zoals de gebruikers van dat wetssysteem die ervaren. Daarom zal ik mij in dit onderzoek richten op materiële wetssystemen.
Van een wetssystematisch tekort wordt gesproken als bepaalde regels wel onderling samenhangen maar desalniettemin geen deel uitmaken van hetzelfde wetssysteem. Om in geval van wetssystematische tekorten alsnog samenhang tussen wetssystemen te scheppen kan de wetgever gebruik maken van de instrumenten:
coördinatie: tussen twee of meer wetssystemen wordt samenhang gebracht door een nieuwe wettelijke regeling waarbij de beide te coördineren wetssystemen blijven bestaan;
harmonisatie: tussen twee of meer wetssystemen wordt samenhang gebracht door die wetssystemen als zodanig te laten bestaan, maar aan elkaar aan te passen;
integratie: tussen twee of meer wetssystemen wordt samenhang gebracht door een wetssysteem geheel te laten opgaan in een ander wetssysteem, waarbij het geïntegreerde wetssysteem wordt ingetrokken;
herschikking: tussen twee of meer wetssystemen wordt samenhang gebracht door die wetssystemen geheel te laten opgaan in een nieuw wetssysteem waarbij de herschikte wetssystemen worden ingetrokken;
consolidatie: tussen een wetssysteem en alle daarop gevolgde in (deel) wetssystemen vervatte amendementen wordt samenhang gebracht door het oorspronkelijke wetssysteem en de amendementen ongewijzigd op te nemen in één wetssysteem.
In geval van coördinatie en harmonisatie wordt wel samenhang gebracht tussen wetssystemen, maar wordt het wetssystematisch tekort anders dan in geval van integratie en herschikking niet opgelost. In dit onderzoek wil ik mij beperken tot het bundelen van omgevingsrecht: het samenvoegen van wetssystemen als gevolg waarvan een nieuw of vernieuwd wetssysteem ontstaat. Dat is het geval bij integratie en herschikking. Onder bundeling wil ik niet verstaan consolidatie, aangezien daardoor geen nieuwe of vernieuwde wetssystemen ontstaan.
Bundeling kan plaatsvinden op verschillende regelingsniveaus: wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling. Van horizontale bundeling is sprake als de bundeling beperkt blijft tot wetssystemen van hetzelfde regelingsniveau. Is dat (gedeeltelijk) niet het geval, dan is sprake van verticale bundeling.
Bundeling kan modificerend of codificerend zijn. Bij codificerende bundeling is niet beoogd de geldende rechtsopvattingen te wijzigen. Bij modificerende bundeling is dat wel beoogd. Deze kwalificaties brengen met zich, dat van codificerende bundeling sprake kan zijn ook als de te bundelen regels niet exact hetzelfde in het gebundelde wetssysteem terugkomen. Het zal nu eenmaal vaak zo zijn dat integratie of herschikking zal leiden tot enige puur tekstuele wijzigingen van de daarbij betrokken wetssystemen.