Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/2.2:2.2 Functies van zekerheidsrechten, in het bijzonder op vorderingen
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2025/2.2
2.2 Functies van zekerheidsrechten, in het bijzonder op vorderingen
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 01-10-2007
- Datum
01-10-2007
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:ADS247296:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Saunders and Schmeits 2002, Chapter 2.
Respectievelijk afdeling 1 en afdeling 2 van Titel 9 Boek 3 BW.
Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 685-732.
Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 725, 737, 751-752 en 762-763.
Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 744-745.
Zie Parl. Gesch. Boek 3, p. 691, 693, 696, 710 en 759.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
19. Het belang van stil pand.
Kredietverlening is in de huidige samenleving onmisbaar. Zo zijn er slechts weinig ondernemingen die hun activiteiten met uitsluitend eigen vermogen financieren.1 Zijn er te weinig mogelijkheden voor ondernemingen om vreemd vermogen aan te trekken dan is dat schadelijk voor de economie. Het is daarom van belang dat ondernemingen op eenvoudige wijze en tegen zo laag mogelijke kosten krediet kunnen krijgen. De bereidheid van financiers om krediet te verstrekken zal toenemen naarmate zij minder risico lopen. Daarnaast zal de prijs die zij voor krediet vragen lager zijn naarmate hun risico lager is. Het is derhalve van belang dat kredietnemers op zoveel mogelijk van hun activa, op eenvoudige wijze en tegen geringe kosten zekerheidsrechten ten behoeve van hun financiers kunnen vestigen.
Dit belang is onderkend door de wetgever. Bij de parlementaire behandeling van Titel 9 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (Rechten van pand en hypotheek) is in een uitgebreide gedachtewisseling deze in de praktijk levende behoefte onderkend en erkend. Met de algemene bepalingen van pand en hypotheek en de bepalingen die gelden voor pandrechten,2 beoogde de wetgever te voorzien in de behoefte om op ruime schaal, op eenvoudige wijze en tegen geringe kosten pandrechten te kunnen vestigen op roerende zaken en op vorderingen.3
De wetgever nam als uitgangspunt dat pandrechten gevestigd kunnen worden op alle niet-registergoederen, met inbegrip van toekomstige roerende zaken en toekomstige vorderingen.4 Het moest mogelijk zijn dat de pandgever met de pandhouder overeenkwam dat verpande goederen vrij van pand zouden kunnen worden vervreemd, terwijl door de pandgever nieuw verworven goederen onder een eerder gevestigd pandrecht zouden vallen.5
Daarnaast wilde de wetgever de vestiging van stille pandrechten, pandrechten die kunnen bestaan zonder dat anderen dan de pandgever en de pandhouder daarmee bekend zijn, mogelijk maken. Men vreesde dat een regeling die openbaarheid van pandrechten vereiste, bijvoorbeeld door inschrijving van pandrechten in een register, tot teveel administratieve rompslomp en te hoge kosten zou leiden.6
In paragraaf 1.3 is reeds uiteengezet dat zowel bij de traditionele kredietverlening door banken als bij andere financieringsvormen zekerheidsrechten op vorderingen een belangrijke rol spelen. De rechtspolitieke (economische) argumenten van de wetgever om de vestiging van stille zekerheidsrechten op vorderingen op ruime schaal, tegen geringe kosten en op eenvoudige wijze mogelijk te doen zijn, gelden nog onverkort. Er zijn echter ook andere belangen, belangen waaraan rechtspolitieke argumenten kunnen worden ontleend om die mogelijkheid te beperken: bescherming van de zekerheidsgever en bescherming van derden, in het bijzonder de andere crediteuren van de zekerheidsgever dan de zekerheidsgerechtigde. Deze argumenten worden besproken in de paragrafen 2.2.1-2.2.3.
19 Het belang van stil pand2.2.1 Bescherming van de zekerheidsgever2.2.2 Bescherming van andere crediteuren2.2.3 Bescherming tegen stille zekerheden2.2.4 Het eerste uitgangspunt: een ruime mogelijkheid tot stille verpanding van vorderingen