NJB 2021/3274
Besturen van een motorrijtuig terwijl de overgifte van het rijbewijs is gevorderd, art. 9 lid 7 WVW 1994: als een strafbeschikking is genomen of de rechter in de strafzaak over het feit waarvoor de overgifte van het rijbewijs is gevorderd heeft beslist, en bij die beschikking of beslissing aan de verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd, verliest de vordering tot overgifte haar rechtskracht, ook als tegen die beschikking of beslissing nog een rechtsmiddel kan worden ingesteld of is ingesteld.
HR 30-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1800
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 november 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer
- Zaaknummer
20/00580
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1800, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:914, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Besturen van een motorrijtuig terwijl de overgifte van het rijbewijs is gevorderd, art. 9 lid 7 WVW 1994: als een strafbeschikking is genomen of de rechter in de strafzaak over het feit waarvoor de overgifte van het rijbewijs is gevorderd heeft beslist, en bij die beschikking of beslissing aan de verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd, verliest de vordering tot overgifte haar rechtskracht, ook als tegen die beschikking of beslissing nog een rechtsmiddel kan worden ingesteld of is ingesteld.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – (feit 2) ‘als degene van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.