NJB 2022/25
Beslagbeklag, art. 552a Sv: in casu heeft de rechtbank bij het oordeel dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert niet betrokken de in art. 36c, onder 1° tot en met 5°, Sr gestelde vereisten die voorwerpen vatbaar maken voor onttrekking aan het verkeer en evenmin de daaraan in art. 36d Sr gestelde voorwaarden. Het oordeel van de rechtbank is daarom ontoereikend gemotiveerd.
HR 14-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1882
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
14 december 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/02476
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1882, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 14‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:1023, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑11‑2021
- Wetingang
Essentie
Beslagbeklag, art. 552a Sv: in casu heeft de rechtbank bij het oordeel dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert niet betrokken de in art. 36c, onder 1° tot en met 5°, Sr gestelde vereisten die voorwerpen vatbaar maken voor onttrekking aan het verkeer en evenmin de daaraan in art. 36d Sr gestelde voorwaarden. Het oordeel van de rechtbank is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Uitspraak
Inleiding
De rechtbank heeft het klaagschrift, dat strekt tot teruggave van de onder klager [klager 1] inbeslaggenomen harde schijf met (beveiligings)beelden, ongegrond verklaard. Het gaat in deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.