NJ 1939/979
Vordering van erfgenaam tegen medeerfgenaam wegens overbedeeling bij boedelscheiding. Bedrag volgens akte van scheiding verrekend. Schijnoverbedeeling? Ontzegging der vordering. Verschil in werking-van het gewijsde, indien de vordering niet-ontv. zoude zijn verklaard?
HR 11-05-1939, ECLI:NL:HR:1939:107, m.nt. Prof. E.M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 mei 1939
- Magistraten
Mrs. Visser, van Gelein Vitringa, Fick, Nypels, Meckmann
- Zaaknummer
[11051939/NJ_1939-979]
- Conclusie
Mr. Wijnveldt
- Noot
Prof. E.M. Meijers
- JCDI
JCDI:ADS163810:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1939:107, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑05‑1939
- Wetingang
(BW art. 1112-1171, 1954; Rv art. 59.)
Essentie
Vordering van erfgenaam tegen medeerfgenaam wegens overbedeeling bij boedelscheiding. Bedrag volgens akte van scheiding verrekend. Schijnoverbedeeling? Ontzegging der vordering. Verschil in werking-van het gewijsde, indien de vordering niet-ontv. zoude zijn verklaard?
Samenvatting
Middelen I en II gaan niet op, omdat middel I feitelijken grondslag mist en middel II zich keert tegen eene feitelijke beslissing.
Eischers bewering, dat hij, ware hij in zijne vordering niet-ontv. verklaard, de vordering opnieuw zoude kunnen instellen, terwijl dit anders zoude zijn, nu hem de eisch is ontzegd, is onjuist, daar, indien de rechter aan eene eischende partij niet heeft toegewezen hetgeen deze verlangt, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.