AB 2019/196
Dublinverordening. Materiële deprivatie ná vergunningverlening in andere lidstaat aanleiding voor niet toepassen wederzijds vertrouwensbeginsel.
HvJ EU 19-03-2019, ECLI:EU:C:2019:218, m.nt. L. Hillary (Jawo )
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
19 maart 2019
- Magistraten
K. Lenaerts, A. Prechal, M. Vilaras, E. Regan, F. Biltgen, K. Jürimäe, C. Lycourgos, A. Rosas, E. Juhász, M. Ilešič, J. Malenovský, L. Bay Larsen, D. Šváby
- Zaaknummer
C-163/17
- Noot
L. Hillary
- Roepnaam
Jawo
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS45067:1
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2019:218, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 19‑03‑2019
ECLI:EU:C:2018:613, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 25‑07‑2018
- Wetingang
Essentie
Materiële deprivatie na vergunningverlening in de andere lidstaat kan reden zijn om overdracht achterwege te laten. Hiermee formuleert het HvJ EU een nieuwe uitzondering op het wederzijds vertrouwensbeginsel.
Samenvatting
Art. 4 Handvest van de grondrechten moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan [de] overdracht van de persoon die om internationale bescherming verzoekt, tenzij de rechterlijke instantie waarbij een beroep tegen het overdrachtsbesluit wordt ingesteld, op basis van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens en afgemeten aan het beschermingscriterium van de door het Unierecht gewaarborgde grondrechten, vaststelt dat dit risico voor die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.