Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/3.3.4.2:3.3.4.2 De substantiëringsplicht
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/3.3.4.2
3.3.4.2 De substantiëringsplicht
Documentgegevens:
Wim Wetzels, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Wim Wetzels
- JCDI
JCDI:ADS981944:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 111 lid 3 Rv schrijft voor dat in het exploot van dagvaarding melding moet worden gemaakt van het door gedaagde ten opzichte van de eis ingenomen standpunt, alsmede van de bewijsmiddelen en getuigen waarover eiser kan beschikken ter staving van de door gedaagde betwiste gronden van de eis. Die verplichting wordt wel aangeduid als de substantiërings- en bewijsaandraagplicht. Die verplichting ligt in het verlengde van art. 21 Rv. Ingevolge dat artikel dienen partijen alle voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.1 In dit verband wordt ook wel gesproken over het ‘padvindersartikel’. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.