RFR 2012/65
Huwelijksvermogensrecht. Kan een beroep op de art. 6:228-230 BW worden gedaan ingeval partijen in hun huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding van inkomsten hebben opgenomen en er een convenant is dat verrekening van vermogen inhoudt?
HR 30-03-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3103
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 maart 2012
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels, W.D.H. Asser, M.A. Loth
- Zaaknummer
10/05506
- Conclusie
wnd. A-G mr. A. Hammerstein
- LJN
BV3103
- JCDI
JCDI:ADS911364:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Gemeenschap
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Erfrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2012:BV3103, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑03‑2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV3103, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑01‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑11‑2010
- Wetingang
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Verrekening. Dwaling.
Kan een beroep op de art. 6:228-230 BW worden gedaan ingeval partijen in hun huwelijkse voorwaarden een periodiek verrekenbeding van inkomsten hebben opgenomen en zij een convenant hebben gesloten dat verrekening van vermogen inhoudt?
Samenvatting
Partijen waren met elkaar gehuwd onder het maken van huwelijkse voorwaarden inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, maar met een periodiek verrekenbeding. Tijdens het huwelijk vond geen verrekening plaats. In 2003 maakten partijen een onderhandse akte op waarin zij verklaarden/vaststelden dat, indien zij te eniger tijd uit elkaar mochten gaan, zij mede in verband met hetgeen in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.