Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/4.5.4.1
4.5.4.1 Wetssystematische tekorten
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353815:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Als categorie moeten in ieder geval inrichtingen worden aangewezen waartoe een gpbv-installatie behoort (art. 1.1 lid 3 Wabo).
Dat dit in de praktijk tot misverstanden aanleiding kan geven, blijkt onder meer uit de uitspraak van de voorzieningenrechter Rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 augustus 2011, MenR 2012/05, nr. 65 m.nt. Van den Broek.
Art. 1.1 lid 1 Wabo. De afkorting gpbv staat voor geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging. Zie par. 3.2.6.5.
Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, (PbEU 2008 L 24/8).
Bij algemene maatregel van bestuur moeten categorieën inrichtingen worden aangewezen waarvan voor het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben een omgevingsvergunning is vereist.1 De genoemde algemene maatregel van bestuur is het Besluit omgevingsrecht. Daarin is bepaald dat als categorieën vergunningplichtige inrichtingen worden aangewezen (a) de categorieën inrichtingen waartoe een gpbv-installatie behoort en (b) de categorieën inrichtingen die als zodanig zijn aangewezen in bijlage 1, onderdeel B, en onderdeel C. Artikel 3.3 lid 1 Bor wijst Gedeputeerde Staten aan als bevoegd gezag voor bepaalde in bijlage 1, onderdeel C Bor aangewezen inrichtingen. Die aanwijzing geldt echter slechts voor activiteiten met betrekking tot een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort of waarop het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is.2 Onder een gpbv-installatie verstaat de Wabo een installatie als bedoeld in bijlage 1 bij richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24).3
Het wetssystematisch tekort bestaat hierin, dat gebruikers van het wetssysteem van de Wabo om erachter te komen of Gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn zowel het wetssysteem van het Bor als dat van de genoemde IPPC-richtlijn4 moeten raadplegen.