Einde inhoudsopgave
De beveiliging van persoonsgegevens (O&R nr. 135) 2022/8.3.3
8.3.3 De beoordeling van het niveau: risico’s als kernelement
mr. J.A. Hofman, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. J.A. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS661002:1
- Vakgebied(en)
Privacy (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie §2.2.1.
Zie §3.4 en uit §3.6 het aanknopingspunt ‘De risicogebaseerde benadering beoogt de meest effectieve beveiliging te bewerkstelligen.’
Zie §4.3 en uit §4.8 het aanknopingspunt ‘Het tegengaan van de risico’s op misbruik en openbaarmaking is van oudsher een van de kernpunten van het persoonsgegevensbeschermingsrecht.’
Zie §6.4.3 en §3.4.3 en uit §3.6 het aanknopingspunt ‘De term ‘risico’ verwijst naar: kans * impact.’
Zie §5.2.3.2, §5.2.3.3 en uit §5.5 het aanknopingspunt ‘Het vanuit grondrechtelijk perspectief minimaal te waarborgen beveiligingsniveau hangt voornamelijk af van het risico op misbruik, de hoeveelheid verwerkte gegevens, het eventueel gevoelige karakter van deze gegevens en de duur van de verwerking. De term ‘verwerkingsrisico’s’ uit art. 32 lid 2 AVG verwijst daarom naar de risico’s voor de grondrechten en fundamentele vrijheden.’
Zie §3.4 en uit §3.6 het aanknopingspunt ‘De risicogebaseerde benadering beoogt de meest effectieve beveiliging te bewerkstelligen.’
Zie §2.2.1, §2.3.3 en §2.3.4 en uit §2.4 het aanknopingspunt ‘Bij de invulling van de AVG-beveiligingsbepalingen zijn verwerkingsrisico’s het centrale element, maar ook algemene beveiligingsrisico’s zijn van belang.’
Zie §3.4.3 en §3.4.4.
Zie over de betekenis van de begrippen ‘ongeoorloofd’ en ‘onrechtmatig’ §1.4.3. Overigens bepaalt art. 5 lid 1 onder f AVG dat gegevens onder meer moeten zijn beschermd tegen ongeoorloofde en onrechtmatige verwerkingen en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging. Dit beginsel noemt dus niet alle handelingen uit art. 32 lid 2 AVG. Wijziging, verstrekking en toegang komen alleen terug in art. 32 AVG. Echter, omdat dit verwerkingen zijn, en art. 5 lid 1 onder f AVG wel bepaalt dat gegevens moeten zijn beschermd tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerkingen, kan ook deze bepaling meebrengen dat tegen deze handelingen moet worden beveiligd. Zie verder §2.2.2.3.
Zie §2.2.2.3.
Zie §3.4 en uit §3.6 het aanknopingspunt ‘De factoren die de passendheid van beveiliging blijkens art. 32 lid 1 AVG beïnvloeden, zijn in verschillende fases van beveiliging relevant en moeten dus niet allemaal rechtstreeks tegen elkaar worden afgewogen.’ en §5.2.3.2, §5.2.3.3 en uit §5.5 het aanknopingspunt ‘Het vanuit grondrechtelijk perspectief minimaal te waarborgen beveiligingsniveau hangt voornamelijk af van het risico op misbruik, de hoeveelheid verwerkte gegevens, het eventueel gevoelige karakter van deze gegevens en de duur van de verwerking. De term ‘verwerkingsrisico’s’ uit art. 32 lid 2 AVG verwijst daarom naar de risico’s voor de grondrechten en fundamentele vrijheden.’
Zie §5.2.5 en uit §5.5 het aanknopingspunt ‘Louter economische belangen kunnen het vanwege grondrechtenwaarborging minimaal te waarborgen beveiligingsniveau niet verlagen.’ en uit §6.7 het aanknopingspunt ‘Redenen aangaande geld, tijd en menskracht mogen er niet toe leiden dat er beveiligingsmaatregelen worden getroffen die geen op het risico-afgestemd beveiligingsniveau waarborgen. Zij kunnen wel tot extra maatregelen verplichten.’
Zie §4.5.1, §4.7.2 en uit §4.8 het aanknopingspunt ‘Naast de beveiligingsrisico’s speelt ook de aard van de gegevens een rol bij het te waarborgen beveiligingsniveau.’
Zie §5.2.3.2, §5.2.3.3 en uit §5.5 het aanknopingspunt ‘Het vanuit grondrechtelijk perspectief minimaal te waarborgen beveiligingsniveau hangt voornamelijk af van het risico op misbruik, de hoeveelheid verwerkte gegevens, het eventueel gevoelige karakter van deze gegevens en de duur van de verwerking. De term ‘verwerkingsrisico’s’ uit art. 32 lid 2 AVG verwijst daarom naar de risico’s voor de grondrechten en fundamentele vrijheden.’
Zie uit §7.4 het aanknopingspunt ‘Bij het nader invullen van persoonsgegevensbeveiligingsverplichtingen zijn vooral de aard van de verwerkte gegevens en de context van de verwerking van belang.’
Zie bijv. AP last onder dwangsom UWV 2018, pt. 38.
Zie over metadata §5.2.3.2. Voor wat betreft gegevens die op zichzelf niet zozeer gevoelig zijn, is vaak het risico dat deze gegevens worden gekoppeld aan andere gegevens (zie bijv. Jain, Gyanchandani & Khare 2016; Rhoen 2019).
Zie uit §7.4 het aanknopingspunt ‘Bij het nader invullen van persoonsgegevensbeveiligingsverplichtingen zijn vooral de aard van de verwerkte gegevens en de context van de verwerking van belang.’
Zie §5.2.3.3 en uit §5.5 het aanknopingspunt ‘Het vanuit grondrechtelijk perspectief minimaal te waarborgen beveiligingsniveau hangt voornamelijk af van het risico op misbruik, de hoeveelheid verwerkte gegevens, het eventueel gevoelige karakter van deze gegevens en de duur van de verwerking. De term ‘verwerkingsrisico’s’ uit art. 32 lid 2 AVG verwijst daarom naar de risico’s voor de grondrechten en fundamentele vrijheden.’
Zie §3.4.2, §3.4.3 en uit §3.6 het aanknopingspunt ‘Beveiliging vereist dat eerst het beveiligingsdoel wordt vastgesteld, zodat de beveiligingsmaatregelen hierop kunnen worden afgestemd.’
Zie §6.3.3 en uit §6.7 het aanknopingspunt ‘Redenen aangaande geld, tijd en menskracht mogen er niet toe leiden dat er beveiligingsmaatregelen worden getroffen die geen op het risico-afgestemd beveiligingsniveau waarborgen. Zij kunnen wel tot extra maatregelen verplichten.’
Zie §3.4.3 en §3.4.4.
Zie uit §7.4 het aanknopingspunt ‘Bij de beoordeling van risico’s is de mogelijke impact van een beveiligingsincident van groot belang, mogelijk ook ongeacht de kans dat een incident zich voordoet.’
De rol van risico’s in de AVG-beveiligingsbepalingen
Mijn onderzoek toont aan dat risico’s vanuit iedere context bezien een kernrol vervullen bij de beoordeling van het passende beveiligingsniveau. Dit blijkt allereerst uit zowel lid 1 van art. 32 AVG, waarin wordt gesproken over het “op het risico afgestemde beveiligingsniveau”, als uit lid 2, waarin staat dat het te waarborgen beveiligingsniveau vooral afhankelijk is van verwerkingsrisico’s.1 Het past bovendien bij de algehele ‘risicogebaseerde’2 benaderingswijze van de AVG, bij de informatiebeveiligingspraktijk,3 en bij de historische context van de AVG-beveiligingsbepalingen.4 Zowel in het juridische als in het praktische domein verwijst de term ‘risico’ naar de ernst (ook wel impact) en waarschijnlijkheid (ook wel kans) van een bepaald scenario.5 De risico’s die de hoogte van het passende beveiligingsniveau beïnvloeden, zijn die voor de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen (zie §8.3.4).6 Van de risicogebaseerde benadering wordt in de praktijk aangenomen dat het (bij een juiste toepassing) de beste manier is om een efficiënte beveiliging te bewerkstelligen.7 De benadering past dan ook bij de strenge verplichting tot de waarborging van een passend resultaat.
De relevante type risico’s: verwerkingsrisico’s en meer?
Art. 32 lid 2 AVG bepaalt dat het te waarborgen beveiligingsniveau ‘met name’ afhangt van de verwerkingsrisico’s. Dit zijn de risico’s die verbonden zijn aan een (voorgenomen) verwerking. Uit mijn onderzoek volgt dat er naast deze verwerkingsrisico’s geen andere risico’s zijn met veel invloed op het te waarborgen beveiligingsniveau.
In dit kader wil ik nog wel benoemen dat uit de preambule van de AVG lijkt te kunnen worden opgemaakt dat voor het passende beveiligingsniveau, naast verwerkingsrisico’s, ook gegevensbeveiligingsrisico’s in het algemeen relevant zijn.8 Dit zou kunnen betekenen dat verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers bij de beveiliging van een verwerking verder moeten kijken dan de risico’s van de verwerking die ze gaan verrichten. Ze moeten mogelijk ook aandacht besteden aan risico’s die niet zozeer inherent zijn aan deze verwerking, maar wel in het algemeen horen bij persoonsgegevensverwerkingen. Deze benadering past bij de wijze waarop beveiliging in de praktijk wordt vormgegeven: daarbij spelen in de fase van de risico-identificatie ook de algemene risico’s van een verwerking een rol.9 Voor de uiteindelijke beveiliging zal het doorgaans echter niet of weinig uitmaken of deze risico’s wel of niet worden meegenomen. Als algemene risico’s niet spelen bij een specifieke verwerking (wat niet vaak het geval zal zijn), hoeven ze ook niet beheerst te worden. Het meenemen van deze risico’s lijkt daarom vooral van belang te zijn bij de risico-identificatie en lijkt ten doel te hebben dat er geen belangrijke risico’s worden vergeten.
De relevante risico’s: de in de AVG-beveiligingsbepalingen genoemde risico’s en meer?
Blijkens art. 32 lid 2 AVG zijn bij de beoordeling van het passende beveiligingsniveau vooral de verwerkingsrisico’s van belang die het gevolg zijn van “de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij per ongeluk hetzij onrechtmatig”. Art. 5 lid 1 onder f AVG benoemt gedeeltelijk dezelfde verwerkingen, maar bepaalt ook in het algemeen dat het gaat om de bescherming tegen “ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking”.10 Hieruit blijkt dat ook de risico’s van andere dan de in art. 32 AVG uitdrukkelijk genoemde verwerkingen het te waarborgen beveiligingsniveau kunnen beïnvloeden.11 Denk bijvoorbeeld aan de risico’s van een koppeling van gegevens of de opname daarvan in een big-dataset.12 Dit weerspiegelt het eerdergenoemde brede karakter van de AVG-beveiligingsbepalingen (zie §8.2).
Risico’s en het vaststellen van het passende beveiligingsniveau
Risico’s staan niet op zichzelf. Hoe hoog de risico’s van een gegevensverwerking zijn, is afhankelijk van de context van de verwerking, iets dat duidelijk blijkt uit het informatiebeveiligingsdomein.13 Op basis van mijn onderzoek ben ik daarom tot de conclusie gekomen dat veel van de omstandigheden die op basis van art. 32 AVG de passendheid van beveiligingsmaatregelen lijken aan te gaan, (ook) van belang zijn bij de beoordeling van het passende beveiligingsniveau.14 Het gaat dan om de omstandigheden die van invloed zijn op de risico’s voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen en om de objectieve omstandigheden ten aanzien van de beheersbaarheid van deze risico’s. Dit betekent voornamelijk dat de (financiële) middelen van de betrokken verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers het te waarborgen beveiligingsniveau niet beïnvloeden.15 Hierin klinkt het strenge karakter van deze verplichting door.16
De risico’s die een verwerking meebrengt, zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de aard van de te verwerken gegevens. Dit blijkt uit de manier waarop voorgangers van de AVG-beveiligingsnormen waren geformuleerd,17 uit het grondrechtelijk perspectief,18 en uit de wijze waarop persoonsgegevensbeveiligingsnormen uit andere EU-regelingen zijn vormgegeven.19 In het algemeen geldt dat hoe gevoeliger de aard van de gegevens is, hoe groter de risico’s van hun verwerking zijn, en hoe hoger het te waarborgen beveiligingsniveau moet zijn.20 De aard van de gegevens is hiervoor van dusdanig belang, dat de AP op basis van de aard van de gegevens het minimaal te waarborgen beveiligingsniveau vaststelt. Andere elementen kunnen vervolgens meebrengen dat het te waarborgen beveiligingsniveau hoger uitvalt.21 Voor de toekomst is mogelijk interessant dat steeds duidelijker wordt dat ook beveiligingsincidenten met andersoortige data, zoals metadata of data die gekoppeld is of kan worden gekoppeld aan andere gegevens (big data), gepaard gaan met grote risico’s voor betrokkenen.22
De omvang van de relevante risico’s hangt ook af van andere verwerkingsomstandigheden.23 Zo heeft het HvJ EU verduidelijkt dat een verwerking met een grote omvang of lange duur, grotere risico’s meebrengt voor het beveiligingsniveau dan een vergelijkbare verwerking van kortere duur en minder gegevens.24 Grof gezegd zal het passende beveiligingsniveau daarom hoger worden naarmate verwerkingen groter of langduriger worden. Ook in het informatiebeveiligingsdomein gaat men daarvan uit: de omvang en de duur van de (voorgenomen) verwerking worden al bij de contextbepaling meegenomen.25
Onderdeel van het passende beveiligingsniveau is verder de objectieve beheersbaarheid van de risico’s. Daarbij is vooral van belang dat het recht op de vrijheid van ondernemerschap ertoe leidt dat de AVG geen beveiligingsniveau mag vereisen dat technisch gezien niet kan worden bewerkstelligd.26 Verder kunnen toegankelijke beveiligingsmethoden (die weinig kosten qua geld, tijd en menskracht) meebrengen dat het te waarborgen beveiligingsniveau hoger wordt.27
Risico’s met een hoge impact en lage kans
Zoals gezegd gaan risico’s over de kans dat een bepaalde situatie zich voordoet en de impact die de betreffende situatie zou hebben. Het is niet zo dat beide factoren hoog moeten zijn voordat zij een risico vormen dat op grond van de AVG-beveiligingsbepalingen moet worden beheerst. In het informatiebeveiligingsdomein wordt aangenomen dat er soms ook maatregelen moeten worden getroffen tegen risico’s met een hoge impact en een lage kans of juist tegen risico’s met een lage impact en een hoge kans.28 Uit EU-cyberbeveiligingsregelingen volgt dat waarschijnlijk ook in het juridische domein de potentiële impact van een beveiligingsincident kan meebrengen dat er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen, ook als de kans dat het incident zich voordoet klein is. 29 Nu deze uitleg zou passen bij de strikte grondrechten-gerichte benadering van de AVG, doen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers er goed aan om bij de vormgeving van hun beveiliging ook rekening te houden met risico’s op beveiligingsincidenten die veel impact hebben op de waarborging van de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen, maar waarvan de kans dat dergelijk incident zich voordoet klein is.