NJ 1961/491
Aangifte of aanvraag van het faillissement van een schuldenaar, wiens eerder faillissement wegens gebrek aan baten is opgeheven. Vereiste dat de aanvrager moet aantonen, dat voldoende baten aanwezig zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden.
HR 04-10-1961, ECLI:NL:HR:1961:150
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 1961
- Magistraten
Mrs. Boltjes, Westerouen van Meeteren, Dubbink, Kisch en de Meijere
- Zaaknummer
[04101961/NJ_1961-491]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1961:150, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑1961
- Wetingang
(Fw art. 18.)
Essentie
Aangifte of aanvraag van het faillissement van een schuldenaar, wiens eerder faillissement wegens gebrek aan baten is opgeheven. Vereiste dat de aanvrager moet aantonen, dat voldoende baten aanwezig zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden.
Samenvatting
Ten onrechte leest het Hof in den laatsten volzin van art. 18 Fw. den eis, dat bij aangifte of aanvraag van het faillissement van een schuldenaar, wiens eerder faillissement wegens gebrek aan baten is opgeheven, aan den rechter wordt aangetoond dat reeds ten tijde van de behandeling van de nieuwe aangifte of aanvraag voldoende baten ter bestrijding van de faillissementskosten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.