V-N 2025/16.27
Verschoningsrecht wordt niet prijsgegeven door indienen processtuk in fiscale procedure
HR 25-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:456, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 maart 2025
- Magistraten
Borgers, Van Eijsden, Van Strien, Lock, Kooijmans
- Zaaknummer
24/02026 Bv
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7717:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:456, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1301, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑06‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank het beklag van de advocaat geheel niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Uit de feiten blijkt namelijk dat er geen inbeslagname heeft plaatsgevonden en dat de gegevens ook niet op basis van een vordering zijn verstrekt. Ten overvloede worden over de reikwijdte en bescherming van het verschoningsrecht nog wel belangrijke (procedurele) opmerkingen gemaakt.
Samenvatting
X is advocaat en verleent rechtsbijstand aan cliënten in diverse fiscale procedures. In dat verband heeft de advocaat in 2019 een zogenoemd tiendagenstuk (art. 8:58 Awb) opgesteld en zelf in de fiscale procedure bij het hof ingebracht. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.