NJFS 2021/224
Overlevering; ambtshalve rechterlijke toetsing vrijheidsbeneming opgeëiste persoon; uitspraak waarbij overlevering wordt toegestaan impliceert machtiging aan OvJ tot daadwerkelijke overlevering.
Rb. Amsterdam 25-11-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5778
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
25 november 2020
- Magistraten
Mrs. H.P. Kijlstra, J.A.A.G. de Vries, A.K. Glerum
- Zaaknummer
20/4988
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2020:5778, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 25‑11‑2020
- Wetingang
Essentie
Overlevering.
1. De rechtbank is verplicht om steeds kort na het bevel tot inverzekeringstelling van de opgeëiste persoon ambtshalve gebruik te maken van de bevoegdheid om te beoordelen en te beslissen of dat bevel gehandhaafd blijft.
2. Met het begrip “de betrokken autoriteiten” in art. 23 Kaderbesluit wordt bedoeld de uitvaardigende en de uitvoerende rechterlijke autoriteiten. Dit laat de uitleg toe dat, wanneer een uitvoerende rechterlijke autoriteit daartoe een machtiging heeft gegeven, het vaststellen van een datum voor overlevering kan worden overgelaten aan een niet-rechterlijke autoriteit, zoals de OvJ te Amsterdam. De uitspraak waarbij de rechtbank de overlevering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.