RF 2023/18
Heeft de consument afdoende bewijs geleverd dat de cliëntenremisier heeft geadviseerd om een aandelenleaseovereenkomst af te sluiten bij Aegon, terwijl Aegon wist of moest weten dat de cliëntenremisier daartoe niet bevoegd was?
Hof Arnhem-Leeuwarden 10-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:267
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
10 januari 2023
- Magistraten
Mrs. M.M.A. Wind, J.H. Kuiper, M. Aksu
- Zaaknummer
200.295.860/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS693026:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2023:267, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 10‑01‑2023
- Wetingang
Art. 6:101 BW; art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995; art. 41 Nadere regeling gedragstoezicht effectenverkeer 1999
Essentie
Effectenlease. Advisering.
Heeft de consument afdoende bewijs geleverd dat de cliëntenremisier heeft geadviseerd om een aandelenleaseovereenkomst af te sluiten bij Aegon, terwijl Aegon wist of moest weten dat de cliëntenremisier daartoe niet bevoegd was?
Samenvatting
Consument X heeft in november 2000 gesproken met een medewerker van een cliëntenremisier (de medewerker) over het afsluiten van een aandelenleaseproduct. Vervolgens heeft de medewerker X bericht dat zij de aanmelding van X voor het SprintPlan van Aegon (de bank) zullen verzorgen. De medewerker heeft daartoe namens X een inschrijfformulier ingevuld, waarbij de medewerker als adviseur staat vermeld. De medewerker beschikte echter niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.