NJB 2022/2399:Motivering van de strafoplegging, art. 359 Sv: in casu heeft de rechtbank – in plaats van de door de verdediging bepleite onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren opgelegd. Het hof was niet gehouden tot een nadere motivering van de strafoplegging in reactie op wat door de raadsman naar voren is gebracht over de beroerte die de verdachte na de uitspraak van de rechtbank heeft gehad en over een forensisch rapport, nu de raadsman die beroerte slechts in algemene zin heeft genoemd, maar bijvoorbeeld niet heeft aangevoerd dat en op welke wijze de beroerte leidt tot specifieke beperkingen bij het ondergaan van detentie, terwijl over het genoemde rapport niet meer naar voren is gebracht dan een citaat uit dat rapport waarin slechts in algemene bewoordingen wordt gewezen op de voor de verdachte negatieve gevolgen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.