BNB 2022/54
Vermakelijkhedenretributie. Uitleg van het begrip ‘vermakelijkheid’ bij activiteit in een inrichting
HR 24-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1846, m.nt. A.W. Schep
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 december 2021
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools1.
- Zaaknummer
20/03886
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
A.W. Schep
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS643401:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1846, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑12‑2021
Conclusie, Hoge Raad, 26‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑01‑2021
- Wetingang
Art. 229 lid 1 onderdeel c Gemeentewet; Verordening op de heffing en invordering van vermakelijkhedenretributie 2016 Gemeente Beverwijk
Essentie
Vermakelijkhedenretributie. Uitleg van het begrip ‘vermakelijkheid’ bij activiteit in een inrichting
Samenvatting
Belanghebbende, de Beverwijkse Bazaar BV, exploiteert door middel van verhuur van winkel- en horecaruimten een winkelcentrum dat in de weekends is opengesteld voor publiek. Ook voert zij in verband hiermee beheerstaken uit. Het Hof heeft de opgelegde aanslag vermakelijkhedenretributie 2016 vernietigd op de grond dat geen sprake was van het geven van vermakelijkheden.
HR: Of een activiteit in een inrichting moet worden aangemerkt als een vermakelijkheid moet worden beoordeeld aan de hand van de wezenlijke kenmerken van die activiteit en die inrichting. Een activiteit kan niet als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.