V-N 2020/65.26.4
Geen gevolgen verbonden aan weigering inspecteur om ongeschoonde stukken over te leggen
HR 11-12-2020, ECLI:NL:HR:2020:1983
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 december 2020
- Zaaknummer
20/01523
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1983, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur zijn verplichting om de ongeschoonde versie van de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen, niet is nagekomen. Het hof verbindt hieraan echter geen gevolgen, omdat het aannemelijk is dat het gaat om stukken waarvan de geheimhoudingskamer reeds heeft geoordeeld dat gedeeltelijke geheimhouding is gerechtvaardigd. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X is het niet eens met een informatiebeschikking over de jaren 2015 en 2016. De informatiebeschikking is opgelegd vanwege de weigering van X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.