RO 2020/54
Dient voormalig aandeelhouder ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering tot verlenging van voorziening?
Hof Amsterdam 11-06-2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1622
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
11 juni 2020
- Magistraten
Mrs. M.M.M. Tillema, A.J. Wolfs, M.P. Nieuwe Weme
- Zaaknummer
200.209.821/03 OK
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS233414:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2020:1623, Uitspraak, Hof Amsterdam, 18‑06‑2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1622, Uitspraak, Hof Amsterdam, 11‑06‑2020
- Wetingang
Art. 2:336, 2:355, 2:357 BW
Essentie
Enquêterecht. Voorziening.
Dient een voormalig aandeelhouder ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering tot verlenging van een voorziening ex art. 2:355 BW tot tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer en het benoemen van een tijdelijke commissaris en zo ja, dient een dergelijk verzoek te worden toegewezen indien de voormalig aandeelhouder nog slechts schuldeiserbelangen heeft?
Samenvatting
De besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid A ("A") en C ("C") zijn aandeelhouder in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ("B"), die een familiebedrijf is. E ("E") en D ("D") zijn bestuurder van [B]. [C] is daarbij een persoonlijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.