Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.G.8
VII.G.8. HR 2 januari 1903, PW 9536 geldt niet als 'erflater spreekt'
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS408246:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook A.P.M.VAN RIJN,WFR 2003, 6534, De verdeling van de huwelijksgemeenschap en de heffing van het successie- en schenkingsrecht, die tot de conclusie komt dat het arrest van HR 2 januari 1903, PW 9536 slechts beperkte betekenis heeft.
Wat betreft de toepassing van art. 30 SW 1956. Men zou kunnen stellen dat het bevoegd handelen van een executeur- afwikkelingsbewindvoerder een wijze van geoorloofde delegatie is die de abstracte uiterste wil van erflater concretiseert. De erfrechtelijke vertegenwoordiger spreekt als het ware namens erflater.
Het befaamde arrest van meer dan honderd jaar geleden (HR 2 januari 1903, PW 9536) over de plaats van de contractuele verdeling in de Successiewet is mijns inziens nog steeds ten volle van belang, doch niet van toepassing op de onderhavige kwestie.1 De 'quasi-wettelijke verdeling' heeft successierechte-lijk te gelden als een semi-non-contractuele testamentaire verdeling met dezelfde aard als een'unechterTeilungsanordnung'.
Aangezien in de notariele praktijk de bevoegheidsvariant in de regel ook nog gecombineerd wordt met de verplichtende variant, blijft men door deze 'veiligheidssynthese' in ieder geval buiten het toepassingsbereik van het arrest van de Hoge Raad van 2 januari 1903.
De fiscale mijmeringen over de quasi-wettelijke verdeling sluit ik af met de woorden van de redactie van Vakstudie Nieuws onder het besluit van 12 augustus 20042 over de toepassing van art. 30 SW 1956, waar ik mij graag bij aansluit:
'Uit de hiervoor opgenomen antwoorden zou naar onze mening kunnen worden afgeleid dat ook voor andere testamenten dan de ouderlijke boedelverdeling voor de heffing van het successierecht wordt aangesloten bij de door de erfgenamen gekozen verdeling van de nalatenschap. Voorwaarde is dat deze wijze van verdeling is terug te vinden in het testament van de erflater.'
Kortom, daar waar 'erflater spreekt', oftewel een alternatief aangeeft, is geen sprake van'afstandvan rechten'.3