Einde inhoudsopgave
Revindicatoire aanspraken op giraal geld (R&P nr. FR3) 2009/3.2.2
3.2.2 Over het rechtskarakter van geld en het betalingsverkeer
B. Bierens, datum 23-03-2009
- Datum
23-03-2009
- Auteur
B. Bierens
- JCDI
JCDI:ADS584084:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Schaafsma (1989), Mijnssen (1984), Rank (1996), Van Esch (2001c) en Schrage (2004). De bankrekening en de daarmee samenhangende rechtsverhouding staan centraal in de studies van Van Bronkhorst (1987) en Van Ravenhorst (1991).
Snijders (2001), Van Esch (2001c). Specifiek over het girale betalingsverkeer, naast enkele van de hiervoor genoemde auteurs, zie onder meer Snijders (1972) p. 173-187; Blomkwist (1987) p. 547-554; Blomkwist (1990) p. 772-777; Blomkwist (1991) p. 299-303; Blomkwist (2008) p. 399-405.
Nussbaum (1950); Mann (1992). De laatstgenoemde auteur overleed op 16 september 1991, dus kort voor de publicatie van de laatste nog door hem zelf bewerkte vijfde editie. Het boek is inmiddels wederom bewerkt en verschenen in een zesde druk: Proctor (2005).
Van overwegend historische betekenis: Knapp (1918), Helfferich (1921) en Nussbaum (1925). Meer recent zijn de studies van Miinch (1990), Giissmann (1997), Langenbucher (2001) en Heermann (2003).
Steennot (2002), zie ook Schrans-Steennot (2003).
Vgl. Proctor (2005) p. v.
Isele (1928) p. 129-185; Kaser (1937) p. 1-27; Reinhardt (1954) p. 60-98; Simitis (1960) p. 406-466 en Duden (1968), onder meer besproken in het kritische overzichtsartikel van Giovanoli (1993) p. 87-124.
Hoetink (1932) p. 109-136; Langemeijer (1935) p. 541-554; conclusie van A-G Langemeijer in HR 9 september 1949, NJ 1950, 595 (`Houtappel-Hoofdgroep Verzekering').
Houtappel (1985) p. 553-560 en zijn dissertatie (1996). Zwalve lijkt niet afwijzend te staan tegenover een meer goederenrechtelijke benadering van girale verhoudingen; Zwalve (1996) p. 83-97 en Zwalve (1998) p. 49-50.
Vanbelle (1995) p. 61-72, Du Laing (2005), i.h.b. p. 358; Lasallas (1997).
De volgende categorie met relevante literatuur bestaat uit studies naar het rechtskarakter van geld en het betalingsverkeer. Binnen deze categorie kan een onderverdeling worden gemaakt naar Nederlandse publicaties die overwegend het positieve recht weergeven, de studies waarin een (sterk) afwijkend standpunt wordt verdedigd en buitenlandse literatuur.
Voor wat betreft de publicaties die min of meer geacht kunnen worden de (op het moment van publicatie) in Nederland heersende leer weer te geven, verwijs ik naar Schaafsma, Mijnssen, Rank, Van Esch en een congresbundel met een voorwoord van Schrage.1 Aan deze opsomming kunnen nog publicaties worden toegevoegd die betrekking hebben op deelaspecten of een specifieke invalshoek kiezen, zoals ongerechtvaardigde verrijking en het betalingsverkeer of het rechtskarakter van elektronisch geld.2 Met een blik op de buitenlandse literatuur wijs ik in de eerste plaats op de Engelstalige standaardwerken van Nussbaum en Mann, beiden overigens auteurs van Duitse origine.3 In Duitsland zijn vele studies gewijd aan geld en betalingsverkeer en ik volsta met een korte selectie.4 Voor wat betreft België noem ik het volumineuze boek van Steennot, met daarin ook vele verwijzingen naar Franse literatuur.5
Studies waarin afwijkende standpunten worden ingenomen over het rechtskarakter van chartaal en giraal geld, zijn in de eerste plaats te vinden in de Duitse literatuur. Wat wellicht mede heeft gezorgd voor de relatief omvangrijke hoeveelheid literatuur is dat Duitsland te kampen heeft gehad met monetaire crises, die ongetwijfeld een extra drijfveer waren voor juridische beschouwingen.6 Onderzoek naar het rechtskarakter van geld en pogingen om te komen tot een meer uniforme kwalificatie van geldvormen zijn verricht door Isele, Kaser, Reinhardt, Simitis en Duden.7 Voor wat betreft Nederland wijs ik op de publicaties van Hoetink en Langemeijer, die niet afwijzend stonden tegen een revindicatoire aanspraak op een hoeveelheid geld.8 Uit het feit dat deze Duitse en Nederlandse geschriften van minder recente datum zijn, mag echter niet worden afgeleid dat het thema de aandacht van hedendaagse schrijvers heeft verloren. Ook in een aantal moderne publicaties is ingegaan op de mogelijkheid van eigendom in girale verhoudingen. Voor wat betreft Nederland wijs ik op de publicaties van Houtappel.9 In België hebben onder meer Vanbelle en Du Laing zich over dit onderwerp gebogen; in Frankrijk heeft Lasallas een zeer uitgesproken standpunt ingenomen.10