Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.8.1
1.8.1 Medewerking onder sanctiedreiging
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS483371:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hamer/Dekens 2006, p. 14.
Zie over horizontaal toezicht § 13.8 hierna. In internationaal verband kan worden gewezen op het door de OESO voorgestelde BEPS Action Plan 12, op grond waarvan belastingplichtigen respectievelijk hun adviseurs verplicht zijn de autoriteiten te informeren als zij agressieve belastingstructuren implementeren.
De uitspraak van de Accountantskamer van 23 januari 2015, nr. 13/2415 Wtra AK, ECLI:NL:TACAKN:2015:5, illustreert dat op grond van het tuchtrecht sprake kan zijn van een (fraude)meldplicht (in casu van de accountant) tegenover de Belastingdienst. De Accountantskamer beperkte de geheimhoudingsverplichting van de accountant zodanig, dat deze de verplichting heeft bij vermoeden van een omvangrijke fiscale fraude dit te melden aan de Belastingdienst.
Dit argument geldt op zichzelf niet voorafgaand aan de allereerste onjuiste aangifte. Die aangifte kan wel een fiscaal delict in een ander tijdvak of betreffende een andere heffing c.q. belastingsoort blootleggen (of een niet-fiscaal delict).
Zie hoofdstuk 14 hierna.
Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 94-98.
Vormen van medewerking in belastingzaken
De betekenis van het nemo tenetur-beginsel voor belastingzaken moet vooral worden gezocht in het element ‘medewerking onder sanctiedreiging’.1 Naast de verplichting tot het doen van belastingaangifte zijn burgers gehouden om informatie te verstrekken ten behoeve van de belastingheffing. Dan kan eerst en vooral worden gedacht aan de informatieverstrekking in het kader van toezicht op naleving op grond van de bij de aangifte komende verplichtingen in art. 47 e.v. AWR. Een andere vorm van gedwongen informatieverstrekking in belastingzaken is de mededelingsplicht op grond van art. 10a AWR. Mogelijk komt ook in beeld het actief melden van fiscale risico’s aan de inspecteur in het kader van horizontaal toezicht op grond van een handhavingsconvenant.2 In de ruime benadering kan ook worden gedacht aan gedwongen informatieverstrekking door belastingadviseurs en accountants3 en – in extremis – de fiscale voorziening op de balans.
Sanctiedreiging wegens niet-nakomen aangifteplicht en bijkomende (informatie)verplichtingen
De (opzettelijke) niet-nakoming van de fiscale aangifteplicht en de wettelijke informatieverplichtingen in belastingzaken worden bedreigd met bestuurlijke boeteoplegging, de processuele sanctie van de omkering en verzwaring van de bewijslast en/of strafvervolging. De fiscale aangifteplicht en daarbij komende verplichtingen roepen voor burgers dus zowel bestuurs- als strafrechtelijke sanctiedreiging op.4
Sanctiedreiging wegens (verdenking van) overtreding fiscaal voorschrift
Tegenover deze sanctiedreiging staat dat de juiste en volledige nakoming van een fiscale aangifte- of informatieplicht de overtreding van een voorschrift door (mede-)burgers kan blootleggen.5 Wanneer dat een fiscaal voorschrift is, zoals het niet (tijdig) doen van belastingaangifte of niet (tijdig) afdragen of voldoen van de verschuldigde belasting, dan komt de bestuurs- en strafrechtelijke handhaving ervan in beeld. Aan bestuurlijke boeteoplegging door de inspecteur en strafrechtelijke vervolging door het OM, gaat in de regel boete- of opsporingsonderzoek vooraf. Ten behoeve van dat onderzoek gelden ook weer – met sancties bedreigde – wettelijke meewerkverplichtingen van verdachte burgers; ook of zelfs bij de fiscale opsporing.6 De problematiek van de verhouding tussen kortweg spreekplicht en zwijgrecht doet zich dus niet alleen voor in de heffingssfeer, maar ook in de fiscale boetesfeer en de fiscaal-strafvorderlijke sfeer.7
Samenloopproblematiek in punitieve belastingzaken
De samenloop (of beter: confrontatie) van (wettelijke) meewerkverplichtingen in de heffings-, boete- en/of fiscaal-strafvorderlijke sfeer met het nemo tenetur-beginsel, zal ik hierna ook aanduiden als samenloopproblematiek in punitieve belastingzaken of kortweg (fiscale) samenloopproblematiek. Bij gebrek aan uitdrukkelijke erkenning van dit beginsel in de Nederlandse rechtsorde los van art. 6 EVRM, is in wezen sprake van samenloop in punitieve belastingzaken van genoemde verplichtingen met het in dat artikel belichaamde recht tegen gedwongen zelfbelasting. Reden waarom ik mij in het vervolg van deze studie zal concentreren op dit in nemo tenetur wortelende Europese recht.