Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/6.4
6.4 Onbebouwd terrein
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291309:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Anders: E.W.E.M. Cox, 'Fiscale vastgoedbegrippen herontwikkeld', FTV 2016/48. Cox vraagt zich af of een bouwterrein wel een onbebouwd terrein moet zijn, omdat dit uit art. 12 lid 3 Btw-richtlijn niet blijkt. Naar mijn mening dient art. 12 lid 3 Btw-richtlijn te worden gelezen in samenhang met art. 135 lid 1, onderdeel k Btw-richtlijn en blijkt uit laatstgenoemde bepaling dat alleen een onbebouwd terrein een bouwterrein kan zijn.
HvJ EU 4 september 2019, zaak C-71/18, V-N 2019/46.12 (KPC Herning). Van Zadelhoff heeft de vraag opgeworpen of het beginsel van de fiscale neutraliteit vereist dat ook nog bebouwde, maar voor herbebouwing bestemde terreinen als bouwterrein kwalificeren (Van Zadelhoff, noot bij HvJ EU 17 januari 2013, zaak C-543/11, BNB 2013/85 (Woningstichting Maasdriel)). Uit het KPC Herning-arrest blijkt dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord.
HR 12 december 2014, nr. 13/01646, BNB 2015/49, m.nt. Bijl, r.o. 3.4.5, HR 5 oktober 2018, nr. 16/04577, BNB 2019/5, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 2.6 en HR 7 december 2018, nr. 17/01767, BNB 2019/27, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 2.3.2. Ook in het Nederlandse civiele (huur)recht wordt een onroerende zaak door de Hoge Raad niet als een gebouwde onroerende zaak beschouwd als bedoeld in art. 7:230a BW indien het gebouw als onderdeel van het gehuurde van verwaarloosbare betekenis is (HR 11 april 2014, nr. 13/03408, NJ 2014/438, m.nt. Huydecoper, r.o. 3.5.1 (KNVvL/Staat, Vliegveld Valkenburg)). Het is niet ondenkbaar dat het criterium ‘verwaarloosbare bebouwing’ in de btw aan dit arrest van de civiele kamer van de Hoge Raad is ontleend. Dat het KNVvL/Staat, Vliegveld Valkenburg-arrest mede is gewezen door raadsheer De Groot, die destijds (als civilist) zitting had in de belastingkamer van de Hoge Raad, sterkt mij in dit vermoeden.
In gelijke zin met betrekking tot verwaarloosbare bebouwing: Van Zadelhoff, noot bij HR 5 oktober 2018, nr. 16/04577, BNB 2019/27. Zie nader over de economische realiteit: A. van Doesum en F. Nellen, ‘Economic Reality in EU VAT’, EC Tax Review 2020/5, p. 213-226 en M.M.W.D. Merkx en H.G.J. Teeuwsen, ‘De realiteit van de economische realiteit - Europese dimensie’, WFR 2020/216.
Vgl. HvJ EU 4 september 2019, zaak C-71/18, V-N 2019/46.12 (KPC Herning) en HR 7 maart 2003, nr. 37.525, BNB 2003/193, m.nt. Van Zadelhoff, r.o. 3.5.
De vrijstelling van art. 135 lid 1, onderdeel k Btw-richtlijn ziet op de levering van onbebouwde terreinen met uitzondering van bouwterreinen.1 Het negatieve begrip onbebouwd terrein laat zien dat dit begrip alle terreinen omvat die niet bebouwd zijn. De levering van een bebouwd terrein kan geen bouwterrein zijn, ook niet indien de koper voornemens is om het gebouw (nagenoeg) volledig te (laten) slopen en op dit terrein een nieuw gebouw te (laten) bouwen.2 Voor het antwoord op de vraag wanneer een terrein bebouwd is, wordt verwezen naar hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is naar voren gekomen dat ook een terrein waarop ten tijde van de levering – in beginsel de eigendomsoverdracht (zie paragrafen 4.2.3.3 en 5.7.3) – bebouwing aanwezig is een onbebouwd terrein kan zijn. Naar het oordeel van de Hoge Raad staat een bouwwerk dat dienstbaar is aan de grond, zoals een drainagebuis of een hek rond een weiland, of verwaarloosbare bebouwing, zoals een fundering of transformatorhuisje, niet aan de kwalificatie als onbebouwd terrein in de weg.3 In het licht van de economische realiteit acht ik dit juist.4 Ook bebouwing die nog niet of niet meer als een gebouw kan worden gebruikt (zie paragrafen 5.4.2 en 5.8) of bebouwing die na de levering door of voor rekening van de leverancier (nagenoeg) volledig wordt gesloopt, staat niet aan de kwalificatie als onbebouwd terrein in de weg (zie paragrafen 5.7.2 en 5.8). Voor de kwalificatie als een onbebouwd terrein, het object van levering, is het dus niet noodzakelijk dat een terrein op het tijdstip van de levering – in beginsel het moment van de eigendomsoverdracht – feitelijk onbebouwd is.
Het omgekeerde geldt echter ook: de levering van een terrein waarop ten tijde van de levering geen bebouwing staat, kan voor de btw toch kwalificeren als de levering van een bebouwd terrein. Hierbij kan gedacht worden aan een verkoper die zich op grond van een koop-/aannemingsovereenkomst jegens de koper heeft verbonden om een onbebouwd terrein te leveren en om op dit terrein een nieuw gebouw te (laten) realiseren (zie paragraaf 5.7.2.3.3). Heeft de leverancier van een terrein dat op het tijdstip van levering – in beginsel het moment van de eigendomsoverdracht – feitelijk onbebouwd is zich jegens de afnemer niet verbonden om na de (juridische) levering door of voor zijn rekening werkzaamheden te verrichten aan of in de omgeving van het terrein, dan is de feitelijke toestand op het moment van de levering (wel) beslissend en is sprake van de levering van een onbebouwd terrein.5 De belastbare levering van een onbebouwd terrein is vrijgesteld, tenzij sprake is van een bouwterrein (zie paragraaf 6.5) of wordt en kan worden geopteerd voor een belaste levering (zie paragraaf 6.7).