Ondernemingsrecht 2024/63
Invulling ‘niet te goeder trouw’ (art. 54 lid 1 en art. 235 lid 1 Fw), geen specifieke norm of vuistregel voor banken, geobjectiveerde wetenschap, geen afstemming op ‘wetenschap van benadeling’ (art. 42 Fw).
HR 25-08-2023, ECLI:NL:HR:2023:1135, m.nt. Robbert Jan van der Weijden
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 augustus 2023
- Zaaknummer
21/04254
- Noot
Robbert Jan van der Weijden
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS971836:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1135, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑08‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:176, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑02‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑11‑2021
Partij(en)
ING/Van den Bergh
Uitspraak
1. Feiten
Het Flinter-concern is actief in de scheepvaartbranche. Het bestaat onder meer uit de vennootschappen Flinter Shipping en Flinter Chartering. ING financiert het Flinter-concern. De Flinter-vennootschappen hebben zich hoofdelijk jegens ING verbonden. Tot zekerheid van terugbetaling van haar vorderingen heeft ING een stil pandrecht op vorderingen van onder meer Flinter Shipping en Flinter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.