AB 2025/208
Dublinverordening. Eerdere ervaringen in andere lidstaat. Reikwijdte van de motiveringsplicht ten aanzien van de discretionaire bevoegdheid.
ABRvS 25-02-2025, ECLI:NL:RVS:2025:717, m.nt. M.W. Venderbos
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
25 februari 2025
- Magistraten
Mrs. C.M. Wissels, C.J. Borman, A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
202407656/1/V3
- Noot
M.W. Venderbos
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD20698:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2025:717, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 25‑02‑2025
- Wetingang
Essentie
Dublinverordening. Eerdere ervaringen in andere lidstaat. Reikwijdte van de motiveringsplicht ten aanzien van de discretionaire bevoegdheid.
Samenvatting
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3164) is het aan de minister om te beoordelen of in het geval van een vreemdeling sprake is van zodanige bijzondere individuele omstandigheden dat de overdracht van een onevenredige hardheid getuigt. De rechter zal die beoordeling terughoudend moeten toetsen. Uit die uitspraak volgt ook dat, als een vreemdeling zich beroept op eerdere ervaringen met de asielprocedure in een lidstaat, de behandeling die hij daar heeft ondergaan of ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.