Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.5.2:1.5.2 Mandeligheid bestaat alleen bij mede-eigendom
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/1.5.2
1.5.2 Mandeligheid bestaat alleen bij mede-eigendom
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489653:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 5, p. 231 en 232.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de bovenvermelde wetsartikelen en de Toelichting-Meijers blijkt dat wij in geval van mandeligheid te maken hebben met een vorm van mede-eigendom. Zo spreken bijvoorbeeld de art. 683-687 BW (oud) expliciet over ‘mede-eigenaars’ en/of ‘mede-eigendom’. In het huidige Burgerlijk Wetboek treffen wij in titel 5.5 de termen ‘gemeenschappelijk eigendom’ (art. 5:60 en 62) en ‘mede-eigenaars’ (art. 5:61 lid 1 sub b; art. 5:64-68) aan.
Overigens zou ten aanzien van de aard van de mandeligheid nog verwarring kunnen ontstaan nu, onder andere, in art. 5:62 lid 1 naast de term ‘mandelig’ nog de term ‘gemeenschappelijk eigendom’ voorkomt.
Dit artikellid luidt:
‘Een vrijstaande muur, een hek of een heg is gemeenschappelijk eigendom en mandelig, indien de grens van twee erven die aan verschillende eigenaars toebehoren, er in de lengterichting onderdoor loopt.’
Uit de parlementaire geschiedenis blijkt evenwel dat het slechts om een terminologische aanvulling gaat.
Aan de MvA II ontleen ik het volgende:
‘In het voorlopig verslag is de vraag gesteld of niet in beide leden van dit artikel kan worden volstaan met “is mandelig”, met weglating van de bepaling dat een scheidsmuur onder de beschreven omstandigheden gemeenschappelijk eigendom is. Naar de mening van de ondergetekende zou dit de duidelijkheid niet ten goede komen. Inderdaad is mandeligheid een vorm van mede-eigendom waarop als zodanig de regels van de titel Gemeenschap van Boek 3 (titel 3.7) van toepassing zijn, maar waarvoor titel 5.5 ter aanvulling en ten dele in afwijking daarvan bijzondere bepalingen bevat.
Gemeenschappelijke eigendom ontstaat in het algemeen overeenkomstig de regels van titel 3.4. Maar zoals artikel 5.5.1 lid 2 (dit artikellid is komen te vervallen, JGG) een bijzondere bepaling bevat die een daarin genoemd gebouw of werk als gevolg van een daar omschreven overeenkomst buiten de algemene regels om en in afwijking van artikel 5.3.1 (het huidige art. 5:20, JGG) gemeenschappelijk eigendom, en wel ingevolge lid 1 van dat artikel, mandelige medeeigendom doet worden, zo bevat artikel 5.5.2 (het huidige art. 5:62, JGG) bijzondere bepalingen omtrent de hier genoemde zaken die als zodanig ex lege mandelig zijn. Zodra een scheidsmuur aan de in lid 1, onderscheidenlijk lid 2 gegeven omschrijving voldoet, is hij daardoor van rechtswege, buiten de algemene regels om en in afwijking van artikel 5.3.1 (het huidige art. 5:20, JGG) mede-eigendom, en wel mandelige mede-eigendom. De in het onderhavige artikel geregelde gevallen van mandeligheid staan naast die waarin mandeligheid ingevolge artikel 5.5.1 (het huidige art. 5:60, JGG) ontstaat. Zij behoeven afzonderlijke regeling, omdat in deze gevallen, anders dan krachtens artikel 5.5.1, en de mede-eigendom en de vorm van mandeligheid van deze mede-eigendom ontstaan zonder dat hieraan een overeenkomst tussen de erfeigenaars, houdende bestemming tot gemeenschappelijk nut van de erven, te pas komt.’1