NJB 2022/2624
Het beleid van de staatssecretaris over de wijze waarop hij de leeftijd van een gesteld minderjarige vreemdeling in Dublinzaken vaststelt als er twijfel bestaat over de minderjarigheid en de vreemdeling in een of meerdere andere lidstaten zowel als minderjarige als meerderjarige staat geregistreerd, is niet onredelijk.
ABRvS 02-11-2022, ECLI:NL:RVS:2022:3147
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
2 november 2022
- Magistraten
Mrs. Verheij, Sevenster, Soffers
- Zaaknummer
202104145/1/V1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:3147, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 02‑11‑2022
- Wetingang
(art. 30 VW 2000)
Essentie
Het beleid van de staatssecretaris over de wijze waarop hij de leeftijd van een gesteld minderjarige vreemdeling in Dublinzaken vaststelt als er twijfel bestaat over de minderjarigheid en de vreemdeling in een of meerdere andere lidstaten zowel als minderjarige als meerderjarige staat geregistreerd, is niet onredelijk.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 23 juni 2021 in zaak nr. NL21.6802 in het geding tussen: de vreemdeling en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluit van 28 april 2021 heeft de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.