Prg. 2022/5
Geen onrechtmatige overheidsdaad. UBO-registratie biedt voldoende privacy-waarborgen, zodat UBO’s bij openbaarmaking van hun basisgegevens zonder adresgegevens niet spoedig ernstige schade dreigen te leiden.
Hof Den Haag 16-11-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:2176
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
16 november 2021
- Magistraten
Mrs. M.Y. Bonneur, D. Aarts, J.H. Gerards
- Zaaknummer
200.293.732/01
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS627992:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2021:2176, Uitspraak, Hof Den Haag, 16‑11‑2021
- Wetingang
Art. 15a, 21, 22, 23, 28, 50, 51b Hrw; art. 10a Wwft; Richtlijn (EU) 2015/849; art. 30 Richtlijn 2018/843
Essentie
Verbintenissenrecht. Dient UBO-register buiten werking gesteld vanwege strijd met EU-grondbeginselen en AVG?
Nee. Geen sprake van dreigende schade voor UBO’s en bij implementatie zijn voldoende privacy-waarborgen opgenomen.
Samenvatting
De stichting Stichting Privacy First (Privacy) komt in kort geding op tegen het oordeel dat het UBO-register ex art. 15a Handelsregisterwet (Hrw) niet onrechtmatig is. In appel grieft Privacy dat de UBO-regeling buiten werking moet worden gesteld, tot het moment waarop het HvJ EU prejudiciële vragen heeft beantwoord. De Nederlandse rechter heeft volgens Privacy dan ook het recht om de tenuitvoerlegging van EU-regelgeving op te schorten. Volgens Privacy ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.