De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.5.2.2:5.5.2.2 Positieve verplichtingen en gevaarlijke activiteiten
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.5.2.2
5.5.2.2 Positieve verplichtingen en gevaarlijke activiteiten
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369720:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 18 juni 2002, application nr. 48939/99 gevolgd door EHRM (Grote Kamer) 30 november 2004, application nr. 48939/99 (Öneryildiz).
Het EHRM overwoog ook dat, in geval onder overheidsverantwoordelijkheid mensenlevens verloren zijn gegaan, er tevens een verplichting geldt om punitief op te treden tegen de desbetreffende normschending.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwamen reeds de arresten1 ter sprake die de gewone en vervolgens grote kamer van het EHRM wezen in de zaak Öneryildiz. Voor een goed begrip van deze arresten zijn de feiten van belang, alsmede de rol die art. 2 EVRM (het recht op leven) in die zaak speelde.
De feiten in deze zaak zien op een stuk grond van een Turkse gemeente in de buurt van Istanbul. De overheid gebruikte deze grond als vuilnisstort voor allerhande afval, maar tevens was daarop een sloppenwijk gebouwd. Deze bebouwing was illegaal, maar dat is voor deze paragraaf niet relevant (vgl. par. 5.3.2). Op de vuilstort werd grovelijk in strijd gehandeld met de toepasselijke milieu- en veiligheidsvoorschriften. De overheid wist dat hierdoor een gevaarlijke situatie was c.q. kon ontstaan, maar trad hiertegen jarenlang niet op. In de tussentijd had zich in de vuilnishoop een gevaarlijke ophoping van bepaalde gassen voorgedaan. Dit leidde uiteindelijk tot een methaangas-explosie, gevolgd door aardverschuiving waardoor de druk in de berg met afval zo hoog opliep dat deze veranderde in een soort afval spuwende vulkaan. Een tiental woningen werd hierdoor bedolven onder het afval. Als gevolg hiervan waren 39 doden te betreuren. Ook hun eigendommen (woningen, inventaris) gingen verloren.
Hoewel de Öneryildiz-arresten ook van belang zijn voor de uitleg van art. 1 EP speelt deze bepaling toch de tweede viool in het oordeel over deze zaak. De hoofdrol is weggelegd voor het recht op leven. Het oordeel over art. 1 EP volgt het oordeel over art. 2 EVRM ook. De positieve maatregelen, die de EVRM-lidstaten moeten nemen om het recht op leven te beschermen, hebben als bijkomstig effect dat daardoor de eigendommen van de levenden ook beschermd worden. Bij het oordeel over art. 1 EP heeft het EHRM dan ook weinig toe te voegen aan het oordeel over art. 2 EVRM.
In het kader van art. 2 EVRM overwoog het EHRM dat ten aanzien van alle publieke dan wel private activiteiten waarbij het recht op leven op het spel kan staan een verplichting bestaat om positieve maatregelen te nemen om het recht op leven te waarborgen. Dat geldt a fortiori als het gaat om gevaarlijke industriële activiteiten zoals afvalverwerking. Op de lidstaten rust een positieve verplichting om dergelijke gevaarlijke activiteiten te reguleren en de desbetreffende regelgeving te handhaven.2
Nog steeds in het kader van art. 2 EVRM werd geoordeeld dat de Turkse Staat grovelijk tekort was geschoten ten aanzien van de ontstane gevaarlijke situatie, met name door haar eigen regelgeving en de ontstane gevaarlijke situatie jarenlang te negeren. Tevens werd geoordeeld dat er een causaal verband bestond tussen deze grove onachtzaamheid en het verloren gaan van levens door de vuilnisexplosie.
Eenmaal aangekomen bij de motivering van het oordeel dat ook de positieve verplichtingen van Turkije onder art. 1 EP waren geschonden, volstaat de Grote Kamer van het EHRM met een verwijzing naar bovengenoemd causaal verband. De redenering lijkt te zijn dat, aangezien op de Turkse Staat in het kader van het recht op leven reeds een verplichting bestond om gevaarlijke activiteiten te reguleren en de desbetreffende regels te handhaven, deze verplichting zich ook uitstrekt tot de bescherming van eigendommen.