NJB 2024/146
Onbegrijpelijk oordeel. Depotovereenkomst. Een restant van een verkoopopbrengst is in depot gestort. In verband daarmee is een depotovereenkomst gesloten. Hoge Raad: Gedaagden hebben onder meer betoogd dat voor een aanspraak op het depotbedrag voor eiseres nodig is dat zij een vorderingsrecht en ter versterking daarvan verstrekt geldig hypotheekrecht heeft. Zonder nadere motivering is onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat dit betoog niet relevant is.
HR 22-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1805
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
22/03699
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1805, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑2023
- Wetingang
(art. 79 RO)
Essentie
Onbegrijpelijk oordeel. Depotovereenkomst. Een restant van een verkoopopbrengst is in depot gestort. In verband daarmee is een depotovereenkomst gesloten. Hoge Raad: Gedaagden hebben onder meer betoogd dat voor een aanspraak op het depotbedrag voor eiseres nodig is dat zij een vorderingsrecht en ter versterking daarvan verstrekt geldig hypotheekrecht heeft. Zonder nadere motivering is onbegrijpelijk het oordeel van het hof dat dit betoog niet relevant is.
Partij(en)
X en Y, adv. mr. H.J.W. Alt, vs. Stack c.s., adv. mrs. B.F.L.M. Schim en F.E. Vermeulen, en NN, adv. mr. G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
X ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.