HR, 02-07-2024, nr. 23/00437
ECLI:NL:HR:2024:994
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
02-07-2024
- Zaaknummer
23/00437
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:994, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑07‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:571
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2024-0159
Uitspraak 02‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. poging tot zware mishandeling, art. 302.2 Sr. Aanwezigheidsrecht. Dagvaardingstermijn, art. 413.1 Sv. Had hof (enkelvoudige kamer) onderzoek ttz. o.g.v. art. 413.1 jo. art. 265.3 Sv moeten schorsen? Dagvaarding van verdachte om te verschijnen op de tz. in hoger beroep van 14-11-2022 is op 4-11-2022 uitgereikt op wijze zoals is voorgeschreven in art. 36e.2.b Sv. Termijn van 10 dagen die in art. 413.1 Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen. Stukken houden niets in waaruit kan volgen dat verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van verdachte. Volgens p-v van tz. in h.b. is verdachte daar niet verschenen. Daarom had hof onderzoek ttz. o.g.v. art. 413 jo. 265.3 Sv moeten schorsen. Hof heeft onderzoek ttz. echter voortgezet nadat tegen niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432.2 Sv).
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/00437
Datum 2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2022, nummer 21-001684-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat in Laren NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2
Aan de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 14 november 2022 is een akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 4 november 2022 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 36e lid 2, onder b, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De termijn van tien dagen die in artikel 413 lid 1, eerste volzin, Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen.
2.3
De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdachte daar niet verschenen. Daarom had het hof het onderzoek op de terechtzitting op grond van artikel 413 in samenhang met artikel 265 lid 3 Sv moeten schorsen. Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting echter voortgezet nadat tegen de niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Het cassatiemiddel slaagt daarom.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2024.