BNB 2017/145
Zaak Wereldhave. Onderworpenheidsvereiste fiscale beleggingsinstelling voor toepassing Moeder-dochterrichtlijn
HvJ EU 08-03-2017, ECLI:EU:C:2017:180, m.nt. W.F.E.M. Egelie (Wereldhave Belgium)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
8 maart 2017
- Magistraten
Da Cruz Vilaça, Berger, Borg Barthet, Levits, Biltgen
- Zaaknummer
C-448/15
- Conclusie
A-G Campos Sánchez-Bordona
- Noot
W.F.E.M. Egelie
- Roepnaam
Wereldhave Belgium
- JCDI
JCDI:ADS46612:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Beleggingsinstelling
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2017:180, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 08‑03‑2017
ECLI:EU:C:2016:808, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 26‑10‑2016
- Wetingang
Art. 2 onderdeel c Moeder-dochterrichtlijn 1990
Essentie
Zaak Wereldhave. Onderworpenheidsvereiste fiscale beleggingsinstelling voor toepassing Moeder-dochterrichtlijn
Samenvatting
De in België gevestigde vennootschap Wereldhave Belgium, belanghebbende, keert dividenden uit aan Wereldhave International NV en Wereldhave NV, twee in Nederland gevestigde vennootschappen die de status van fiscale beleggingstelling (fbi) hebben en daarom in de vennootschapsbelasting aan een nultarief zijn onderworpen. Wereldhave International en Wereldhave verzoeken om vrijstelling van roerende voorheffing op de dividenden en betogen dat zij als ‘moedermaatschappijen’ in de zin van de Moeder-dochterrichtlijn moeten worden aangemerkt. Bij de verwijzende rechter bestaat echter twijfel of deze vennootschappen, vanwege hun fbi-status, aan het onderworpenheidsvereiste in die richtlijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.