AB 2025/92
Cassatie in belang der wet. Wraking lid-beroepsgenoot Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde werkgroep als de beklaagde. Objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid. Kleine jurisdictie.
HR 17-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:87, m.nt. G.J. Stoepker
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 januari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02772
- Noot
G.J. Stoepker
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1885:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Tuchtrecht
Gezondheidsrecht / Klacht- en tuchtrecht
Burgerlijk procesrecht / Overige rechtsmiddelen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:87, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:858, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Cassatie in belang der wet. Wraking lid-beroepsgenoot Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg wegens deelname aan dezelfde werkgroep als de beklaagde. Objectief aanknopingspunt voor schijn van partijdigheid. Kleine jurisdictie.
Samenvatting
In deze procedure diende de wrakingskamer van het Centraal Tuchtcollege te beoordelen of de door verzoekster gestelde feiten haar vrees voor vooringenomenheid objectief rechtvaardigden. Een oordeel daarover hangt af van de omstandigheden van het geval. Tot de omstandigheden die bij een dergelijk oordeel van belang kunnen zijn, behoren: (i) de aard van de procedure, (ii) de wettelijke en buitenwettelijke normen over verschoning en wraking, waaronder normen van het tuchtcollege ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.