Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/5.6.3:5.6.3 Aansprakelijkheid jegens de vennootschap
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/5.6.3
5.6.3 Aansprakelijkheid jegens de vennootschap
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS409069:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Black merkt hierover op: “The courts apparently view these suits as attempts by the shareholders to have the same money in two places–their pockets and the corporate treasury.” (Black 2010, § 4:10, voetnoot 16).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De dividendregeling voorziet in een aansprakelijkheid van bestuurders jegens de vennootschap. Uit een beperkte hoeveelheid relevante jurisprudentie blijkt dat rechters doorgaans niet geneigd zijn de vennootschapscrediteuren de mogelijkheid te bieden om bestuurders aan te spreken op grond van § 8.33 RMBCA. In beginsel kan louter de vennootschap, en dan namens haar het bestuur of een curator, van de regeling gebruik maken. In een aantal (oudere) uitspraken is overwogen dat aandeelhouders slechts in uitzonderlijke gevallen (door middel van een afgeleide vordering namens de vennootschap) bestuurders kunnen aanspreken vanwege ongeoorloofde dividenduitkeringen, omdat de regeling primair ten doel zou hebben crediteuren te beschermen. Als de aandeelhouders er in zouden slagen om namens de vennootschap met succes de bestuurders aan te spreken vanwege een ongeoorloofde dividenduitkering, zouden de aandeelhouders immers de facto twee keer baat hebben bij de uitkering.1