Mededinging en verzekering
Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.2.1:6.4.2.1 Het belang van de GVO voor de beoordeling van pools onder artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag en artikel 6 lid 3 van de Mededingingswet
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/6.4.2.1
6.4.2.1 Het belang van de GVO voor de beoordeling van pools onder artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag en artikel 6 lid 3 van de Mededingingswet
Documentgegevens:
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183464:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Richtsnoeren Horizontalen, par. 4.4, p. 39 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals eerder aangegeven bood de GVO 267/2010 een bijzondere vrijstelling voor bepaalde vormen van samenwerking tussen verzekeraars, met name voor de uitwisseling van informatie voor de statistische berekening van risico’s en – in het kader van dit hoofdstuk het meest relevant – de gemeenschappelijke verzekering van risico’s in medeverzekeringspools. Omdat pools door het gebruik van gestandaardiseerde voorwaarden, dekkingsbedragen en premies zouden kunnen leiden tot een beperking van de mededinging, maar aan pooling ook voordelen voor de mededinging zijn verbonden (zoals het voorzien in verzekeringscapaciteit, het opdoen van kennis/ervaring met de verzekering van bepaalde soorten risico’s en kostenbesparingen), gaf de Europese Commissie onder bepaalde strikte voorwaarden voor de samenwerking in pools een groepsvrijstelling van het kartelverbod. Dit betekent dat de wettelijke uitzondering van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag van toepassing werd verklaard op de samenwerking in pools. Vanwege het gevaar dat een pool een te grote marktpositie innam, waardoor er niet voldoende concurrentie zou resteren, werd de vrijstelling voor pools in de GVO alleen verleend indien de maximale marktomvang van een medeverzekeringspool 20% bedroeg op de relevante markt en er aan een aantal aanvullende voorwaarden werd voldaan. Dit zal hieronder nog uitgebreid aan de orde komen.
Hoewel de GVO inmiddels is vervallen, kunnen de daarin gegeven beoordelingsmaatstaven nog steeds gebruikt worden als indicatie of er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag. Specifiek voor de beoordeling van samenwerking in pools zijn nu van belang de richtsnoeren voor horizontale samenwerking, waarin de Europese Commissie aangeeft op welke wijze productieovereenkomsten voor- en nadelen voor de mededinging met zich kunnen brengen.1