NJB 2013/2260
Verband ʻfeitelijkhedenʼ waarmee wordt gedwongen en ʻontuchtige handelingenʼ in de zin van art. 246 Sr: de ontuchtige handeling kan dezelfde handeling zijn als de feitelijkheid waarmee het slachtoffer wordt gedwongen tot het dulden van die ontuchtige handeling.
HR 08-10-2013, ECLI:NL:HR:2013:900
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 oktober 2013
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, W.F. Groos,Y. Buruma
- Zaaknummer
11/05201
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2013:900, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑10‑2013
ECLI:NL:PHR:2013:903, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑08‑2013
- Wetingang
Sr art. 246
Essentie
Verband ʻfeitelijkhedenʼ waarmee wordt gedwongen en ʻontuchtige handelingenʼ in de zin van art. 246 Sr: de ontuchtige handeling kan dezelfde handeling zijn als de feitelijkheid waarmee het slachtoffer wordt gedwongen tot het dulden van die ontuchtige handeling.
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld ter zake van art. 246 Sr omdat hij – kort gezegd – ʻdoor andere feitelijkheden dan geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande die ontuchtige handelingen uit het met zijn, verdachtes hand aanraken van de borsten en rug en benen van voornoemde [slachtoffer] en het brengen van zijn, verdachtes hand onder de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.