Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.6.1
12.6.1 Artikel 23 EEX-r/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414380:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarvoor de index van NIPR; uitzondering is Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 187, 199 en 210.
Bijv. OLG Frankfurt 3 april 1979, Serie D, 1-17.1.1-B11 en HR 11 januari 1985, S&S 1985, 36, NIPR 1985, 288; Hof 's-Hertogenbosch 18 mei 1994, NIPR 1994, 425; Rb. Leeuwarden 27 juni 2001, NIPR 2001, 294 (zij acht de forumkeuze niet geldig nu in dezelfde bescheiden naar een arbitraal beding en een forumkeuze was verwezen); Hof Leeuwarden 23 oktober 2002, NIPR 2002, 268.
Hof Amsterdam 4 februari 1983, Serie D I-17.1.2-B 26; in cassatie kwam de HR hieraan niet meer toe: HR 11 mei 1985, NJ 1984, 596 en Hof 's-Hertogenbosch 19 november 1996, NIPR 1997, 123.
Hof Amsterdam 4 februari 1983, Serie D I-17.1.2-D 26; HvB Gent 23 november 2005, TBH 2006, p. 984 waarbij zowel een Duits als een Belgisch gerecht was aangewezen afhankelijk van de aard van het geschil over een raamovereenkomst en de algemene voorwaarden van de verkoper daarenboven een forumkeuze bevatten.
Rb. Utrecht 20 november 1996, NIPR 1999, 91; Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NJF 2004, 73; zie ook par. 7.3.5 inzake rechtspraak over bepaaldheid van de forumkeuze; Rb. Rotterdam 29 maart 2001, NIPR 2002, 47.
Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 383 (` Theorie des ersten Wortes'); Rb. Roermond 10 maart 1988, NIPR 1989, 139 overweegt dat deze bepaling niet van toepassing is in internationale verhoudingen (zondere verdere motivering); vgl. Hof Arnhem 13 november 2001, NJ 2002, 275; Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 162.
Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 383 (` Theorie des letzten Wortes').
Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NJF 2004, 73.
Hof Amsterdam 24 april 1997, NIPR 1999, 169; Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274; zie echter rechtspraak in: Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 180.
Vgl. Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274.
De Ly/Burggraaf, Battle of forms en internationale contracten, p. 49.
Vischer, Internationales Vertragsrecht, p. 383 (`ICnock out Theorie'); Spiegel, NIPR 2006, p. 379.
Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 98; vgl. Bertrams/Van der Velden, Overeenkomsten, p. 191.
Ontwerp Rapport Dogauchi/Hartley, doc. prél 26, p. 17 en 28.
Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NIPR 2003, 297.
Indien beide algemene voorwaarden naar hetzelfde recht verwijzen, dan is ingevolge art. 8 EVO dit recht van toepassing op de battle offorms; Spiegel, NIPR 2006, p. 380 wijst ook op de mogelijkheid van toepasselijkheid van eenvormig recht, zoals het Weens Koopverdrag 1980; Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274.
De lex fort is geen goede mogelijkheid, omdat de battle offorms beheerst wordt door de lex causae en bovendien tot tamelijk willekeurige uitkomsten zou leiden, omdat de keuze van het gerecht dan een doorslaggevende factor wordt voor de beoordeling van de rechtsgeldigeheid van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op een overeenkomst.
Strikwerda, Overeenkomst in het IPR, p. 99; Bertrams/Van der Velden, Overeenkomsten, p. 94; Spiegel, NIPR 2006, p. 381.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak 214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1745, NJ 1996, 279, r.o. 13.
HvJ EG 11 november 1986, zaak 313/85, Iveco/Van fiool, Jur. 1986, p. 3337, NJ 1987, 479.
HvJ EG 11 november 1986, zaak 313/85, Iveco/Van fiool, Jur. 1986, p. 3337, NJ 1987, 479, r.o. 12.
HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, 1-3767, NJ 1999, 681, waarover Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 128.
Vgl. HvJ EG 10 maart 1992, zaak 214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1745, NJ 1996, 279, r.o. 13.
Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 188; Anders: Hof Amsterdam 24 april 1997, NIPR 1999, 169 die - zonder het toepasselijke recht vast te stellen - de battle of ten aanzien van de forumkeuze oplost aan de hand van het Weense Koopverdrag en Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NJF 2004, 73 die het toepasselijk recht vaststelt en vervolgens het Weens Koopverdrag 1980 als leidraad neemt. Anders ook Spiegel, NIPR 2006, p. 381 die aan de hand van het toepasselijke recht de rechtsgeldigheid van de forumkeuze in de algemene voorwaarden beoordeelt.
HvJ EG 24 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565, r.o. 15-17 en Rb. Roermond 10 maart 1988, NIPR 1988, 139.
Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 98.
CA Rennes 28 april 1975, SILCNA/Mak Maschinen, vermeld bij Pocar, RabelsZ 1978, p. 421; B GH 16 mei 1977, Serie D I-17.1.2-B10; vgl. Hof 's-Hertogenbosch 18 mei 1994, NIPR 1994, 425 (verschillende verwijzingen door één partij); CA Rennes 7 december 1976 en Cour de Cassation, lère ch. civ. 12 december 1978, Clunet 1980, p. 351; Rb. Roermond 10 maart 1988, NIPR 1989, 139; Rb. Almelo 21 december 1988, NIPR 1989, 291; Hof 's-Hertogenbosch 20 oktober 1995, Centurion Accumulatoren BV/AXA Lohmann GmbH, rolnr. 600/94 (evenals Roermond in eerste aanleg); Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274; anders: Hof Amsterdam 24 april 1997, NIPR 1999, 169; Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NJF 2004, 73, NIPR 2003, 297 die de laatste algemene voorwaarden laten prevaleren op grond van art. 19 Weens Koopverdrag 1980 (tweede oplossing).
De Ly/Burggraaf, Battle of forms en internationale contracten, p. 68.
OLG Frankfurt 16 mei 1977, Serie D, I-17.1.2-B 10.
Arbitragecommissie RUCIP 28 februari 1991, NIPR 1993, 486.
Zoals hierboven aangegeven komt een battle of forms niet vaak voor in een schriftelijke overeenkomst. De forumkeuze in de schriftelijke overeenkomst gaat immers voor de forumkeuze die in eventuele andere documenten voorkomt maar geen onderdeel van de overeenkomst is. Indien in een schriftelijke overeenkomst meer dan één forumkeuze voorkomt, gaat het niet om een battle of forms maar een uitleg van de overeenkomst.
Rb. Amsterdam 16 november 1977, NI 1978, 473; Hof Arnhem 13 november 2001, NI 2002, 275 (lopende handelsbetrekkingen).
Vgl. Rb. Zutphen 16 maart 1989, NIPR 1991, 240 waarin dezelfde partij naar verschillende fora had verwezen (dus geen battle offorms). De rechtbank concludeert dat het gaat om de wilsovereenstemming die zij slechts ten aanzien van één forumkeuze aanwezig acht.
Battle offorms is het verwijzen in aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden (vgl. art. 6:225 lid 3 BW). Battle offorms bij forumkeuze houdt in dat aanbod en aanvaarding met daarbij behorende algemene voorwaarden naar verschillende fora verwijzen. In de praktijk komt zulks veelvuldig voor: de koper verwijst naar zijn inkoopvoorwaarden bij het 'bevestigen' van de overeenkomst; de verkoper offreert/ bevestigt de koopovereenkomst onder verwijzing naar zijn algemene (verkoop)voorwaarden. Partijen geven daarna uitvoering aan de overeenkomst. De vraag rijst welke algemene voorwaarden en welke forumkeuze partijen zijn overeengekomen.
In de rechtspraak is de battle offorms om die reden een regelmatig terugkerend onderwerp. In de literatuur is dit onderwerp voor forumkeuze nauwelijks besproken.1 Deze paragraaf gaat over de vraag of en zo ja welke uitdrukkelijke forumkeuze partijen in geval van een battle of forms zijn overeengekomen. Bij stilzwijgende forumkeuze doet zich een battle offorms niet voor, omdat de verschijning bevoegdheid schept ongeacht de inhoud van de onderliggende aanbod en aanvaarding en ongeacht een eventuele uitdrukkelijke forumkeuze. Het probleem van de battle offorms doet zich derhalve niet voor bij art. 24 EEX-V°/18 Verdrag en art. 9 Rv.
Allereerst verduidelijk ik het begrip battle offorms, zoals ik dat gebruik in deze paragraaf. Geen battle offorms is het geval waarin dezelfde partij naar verschillende algemene voorwaarden verwijst.2 Het gaat om verwijzingen van verschillende partijen naar niet identieke gerechten. Evenmin valt een situatie binnen de definitie van een battle offorms waarbij één der partijen stelt dat haar algemene voorwaarden niet van toepassing zijn voor zover strijdig met de algemene voorwaarden van de andere partij. In wezen bestaat in deze geen `battle' maar een 'alignement' van de (algemene) voorwaarden van partijen.3 Evenmin bestaat een battle offorms, indien de forumkeuze door een schriftelijke overeenkomst tot stand komt, bijv. door ondertekening door beide partijen van aanbod of aanvaarding.4 De schriftelijke overeenkomst is dan bindend. Ten slotte doet zich geen 'battle' voor, indien een partij verwijst naar algemene voorwaarden die naar de aard of inhoud geen betrekking hebben op de overeenkomst. Vermeldt het briefpapier van een partij dat op alle overeenkomsten die een partij sluit haar algemene voorwaarden van toepassing zijn, maar gaat het om verkoop- en leveringsvoorwaarden, dan zijn deze niet van toepassing op overeenkomsten betreffende inkoop.5 In een geschil dient derhalve steeds vast te staan dat de conflicterende algemene voorwaarden op hetzelfde onderwerp betrekking hebben.
Theoretisch zijn drie oplossingen denkbaar voor de battle of forms:
Het aanbod is de grondslag voor de overeenkomst (`first shot theory'). De tweede verwijzing is routine geweest en partijen hebben niet beoogd de algemene voorwaarden van degene die aanvaardt, onderdeel van de overeenkomst te laten zijn. Dat is slechts anders, indien in de aanvaarding de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van het aanbod uitdrukkelijk van de hand is gewezen. Deze oplossing heeft de Nederlandse wetgever gekozen in art. 6:225 lid 3 BW.6
2. De aanvaarding is de grondslag voor de overeenkomst (last shot theory').7Indien bij de aanvaarding van het aanbod afwijkende voorwaarden gelden, geldt in het algemeen dat daarmee in beginsel het aanbod is verworpen (art. 6:225 lid 1 BW). De aanvaarding is dan een nieuw aanbod, waarmee de andere partij door na te komen (impliciet) heeft ingestemd. Ook zou in deze een beroep kunnen worden gedaan op art. 6:225 lid 2 BW. De aanvaarding wijkt op ondergeschikte punten af van het aanbod, zodat de overeenkomst overeenkomstig de aanvaarding tot stand komt. Deze oplossing volgt bijv. het — in deze niet toepasselijke — Weens Koopverdrag 1980. Art. 19 lid 1 Weens Koopverdrag 1980 voorziet dat een afwijkende aanvaarding geldt als verwerping van het aanbod en een tegenaanbod vormt.8 Daaraan voegt art. 19 lid 2 Weens Koopverdrag 1980 toe dat bij niet wezenlijke wijzigingen de aanbieder bezwaar moet maken bij gebreke waarvan de inhoud van de overeenkomst wordt bepaald door voorwaarden van het aanbod zoals gewijzigd bij de aanvaarding. Onder het Weens Koopverdrag 1980 geeft de aanvaarding derhalve de doorslag.9Art. 19 lid 3 Weens Koopverdrag 1980 vermeldt de onderwerpen die niet ondergeschikt zijn. Daar hoort een forumkeuze bij, omdat een afwijking van de voorwaarden over de 'beslechting van geschillen' uitdrukkelijk is vermeld.10 Het is niet duidelijk of art. 19 lid 3 Weens Koopverdrag 1980 dwingend is of slechts een weerlegbaar vermoeden bevat.11 Naar analogie zou bij enkele afwijking ten aanzien van de forumkeuze dus de aanvaarding doorslaggevend zijn, tenzij de aanbieder bezwaar heeft gemaakt tegen de forumkeuze die afwijkt van de forumkeuze in zijn aanbieding.
Nu aanbod en aanvaarding op het onderwerp van forumkeuze van elkaar afwijken, neutraliseren zij elkaar en komt geen forumkeuze tot stand, tenzij beide stukken dezelfde bevoegde rechter aanwijzen (daarover bestaat dan wel overeenstemming).12 Wilsovereenstemming over een forumkeuze is niet tot stand gekomen: partijen hebben niet ingestemd met één forumkeuze (`knock out theorie').13
Voordat een keuze voor één van deze oplossingen wordt gemaakt, dient eerst de vraag te worden beantwoord of een battle of autonoom moet worden beslecht dan wel of een — nader te bepalen — rechtsstelsel de battle of beheerst. Deze vraag speelt alleen voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, omdat het begrip 'overeenkomst' autonoom is. Het Haags Forumkeuzeverdrag laat de battle offorms over aan het recht van de aangewezen rechter, inclusief zijn internationaal privaatrecht (zie art. 5 lid 1 en 6 sub a Haags Forumkeuzeverdrag).14 Ik verwijs naar de volgende par..
In het commune internationaal privaatrecht wordt de battle offorms beheerst door de lex causae.15 Het gaat immers om de vraag of wilsovereenstemming is bereikt (c.q. geacht kan worden te zijn bereikt). Bij een battle of forms zal echter vaak niet duidelijk zijn wat de lex causae is, zodat de lex causae geen uitkomst biedt. Beide algemene voorwaarden zullen voor het toepasselijke recht meestal naar verschillende rechtsstelsels verwijzen.16Art. 3 lid 4 EVO bepaalt dat de vraag of wilsovereenstemming is bereikt over de keuze van het toepasselijke recht en of deze wilsovereenstemming geldig is, wordt beheerst door de art. 8, 9 en 11 EVO. Art. 8 EVO lijkt voor de battle of forms een oplossing te bieden, maar doet dat bij een battle of forms meestal niet. Volgens het eerste lid is op het bestaan en de geldigheid van een overeenkomst het recht toepasselijk dat ingevolge het EVO van toepassing zou zijn, indien de overeenkomst geldig zou zijn. Dat leidt echter voor een battle of forms nog niet tot een oplossing, omdat bij een battle of forms meestal twee rechtsstelsels van toepassing kunnen zijn. De enige mogelijkheid die bij een battle offorms rest, is het toepassen van het recht dat op grond van art. 4 EVO (zonder rechtskeuze) op de overeenkomst van toepassing zou zijn.17 De rechtskeuzen moeten dus worden weggedacht en het toepasselijke recht dient te worden gevonden aan de hand van het recht dat bij gebreke van een rechtskeuze of rechtskeuzen op de overeenkomst van toepassing zou zijn.18
Onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is ieder van de drie bovenstaande oplossingen voor de battle offorms verdedigbaar. Enerzijds kan onder verwijzing naar het arrest Powell/ Duffryn/Petereit19 worden betoogd dat het begrip 'overeenkomst' autonoom moet worden uitgelegd en dus het begrip battle offorms ook. Anderzijds heeft het Hof van Justitie in het arrest IvecoNan Hooll20 de voorkeur gegeven aan een beoordeling van de wilsovereenstemming over een forumkeuze in een verlengde duurovereenkomst op grond van de lex causae. Zoals het Hof van Justitie heeft overwogen, geniet geen van beide oplossingen in het algemeen de voorkeur.21
Naar mijn mening dient de vraag te worden beantwoord of een autonome uitleg noodzakelijk is gelet op de doelstellingen van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Deze vraag beantwoord ik bevestigend om de volgende redenen:
Nu de kern van een forumkeuze de wilsovereenstemming is, is de beoordeling van de battle offorms direct afhankelijk van de autonome uitleg van de 'overeenkomst' in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Een autonome oplossing voor de battle of forms is goed denkbaar aangezien er slechts 3 oplossingen zijn en een keuze leidt tot een duidelijke rechtsregel voor de battle of forms betreffende een forumkeuze.
Aangezien de `séparabilité' van de forumkeuze en de hoofdovereenkomst is aanvaard,22 valt een autonome oplossing voor de battle offorms goed te verdedigen. De oplossing voor een battle offorms in de hoofdovereenkomst behoeft geen betrekking te hebben op de forumkeuze en vice versa. De lex causae kan de battle offorms voor de hoofdovereenkomst regelen.
De battle offorms is nauw verweven met de vormvoorschriften van art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag.
De gelijkheid en uniformiteit van rechten en verplichtingen uit een (mogelijke) forumkeuze worden zo voor partijen het beste gewaarborgd.23
Aannemende dat een battle of forms autonoom moet worden opgelost,24 rijst de vraag welke van de drie oplossingen de voorkeur verdient. De derde oplossing sluit naar mijn mening het beste aan bij de wilsovereenstemming, die de (belangrijkste) grondslag is voor een forumkeuze.25 Beide partijen hebben een andere bedoeling gehad voor de aanwijzing van een bevoegde rechter. Aanbod en aanvaarding over de forumkeuze stemden niet overeen. Bij de andere oplossingen wordt in belangrijke mate aan dit beginsel geen recht gedaan. Het aanbod over de forumkeuze is niet aanvaard en de aanvaarding met een andere forumkeuze is evenmin aanvaard, althans onbeantwoord gebleven. Uit dat laatste mag echter in beginsel niet de instemming met de forumkeuze worden afgeleid. Met Verheul26 meen ik dat bij een battle of forms geen forumkeuze tot stand komt. Deze oplossing sluit aan bij de oplossing in het commune internationaal privaatrecht waar bij battle offorms wordt teruggevallen op de objectieve verwijzingsregel. De aangezochte rechter dient zijn bevoegdheid dus aan de hand van de algemene bevoegdheidsregels van art. 2 e.v. EEX-V°Nerdrag na te gaan. Ik sluit mij aan bij de lagere rechtspraak die eveneens dit standpunt lijkt te zijn toegedaan, hoewel daaruit veelal niet blijkt dat de gerechten expliciet kiezen voor een 'autonome uitleg' .27
Voorts doet zich de vraag voor welke betekenis toekomt aan een in algemene bewoordingen gestelde afwijzing van algemene voorwaarden van de andere partij. Veelal komt in algemene voorwaarden een clausule voor die een andersluidende forumkeuze (in algemene bewoordingen) afwijst. Bij aanvaarding zou daarmee de forumkeuze in algemene voorwaarden bij het aanbod ongedaan worden gemaakt en alsnog de forumkeuze prevaleren van degene die aanvaardt. Mijns inziens komt aan een afwijzing in algemene bewoording van een forumkeuze geen effect toe. Partijen kunnen mijns inziens de oplossing voor de battle of forms bij forumkeuze op deze wijze niet contractueel beïnvloeden. De clausules waarin de toepasselijkheid van algemene voorwaarden van de andere partij stelselmatig worden afgewezen, sorteren mijns inziens geen effect. Gezien de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag28 en de voorwaarde van daadwerkelijke wilsovereenstemming, bestaat daarvoor geen ruimte. Zulke clausules hebben derhalve geen effect voor de beoordeling van de totstandkoming van een forumkeuze. Deze situatie moet overigens onderscheiden worden van de situatie waarbij de aanvaarding (zelf) een uitdrukkelijke afwijzing inhoudt.29 In zo'n geval komt effect toe aan de afwijzing, voor zover de aanbieder hiervan duidelijk in kennis is gesteld.30 Komt de aanbieder de overeenkomst alsnog na, dan wordt hij geacht met deze afwijzing van de algemene voorwaarden in de aanvaarding te hebben ingestemd.
Tot zover gaat het om de battle offorms in een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.31 In lopende handelsbetrekkingen zullen daarnaast de omstandigheden van het geval een rol spelen. Is sprake van een gelijke verwijzing aan beide zijden, dan is de hoofdregel goed bruikbaar: geen forumkeuze. Partijen hebben niet ingestemd met de forumkeuze van de andere partij, en dus is geen forumkeuze tot stand gekomen. Is gedurende een langere tijd door één der partijen niet verwezen, heeft één der partijen nadrukkelijk naar algemene voorwaarden verwezen bij de onderhandelingen voor het sluiten van de overeenkomst of anderszins meer aandacht op haar algemene voorwaarden gevestigd, dan zullen de omstandigheden van het geval de doorslag geven.32 Denkbaar is voorts dat in de lopende handelsbetrekkingen de forumkeuze is gewijzigd, bijv. doordat één der partijen alsnog de algemene voorwaarden aan de andere partij heeft toegezonden met de mededeling verder op deze voorwaarden overeenkomsten aan te gaan. In lopende handelsbetrekkingen is derhalve geen algemene regel te formuleren. De geldigheid van de forumkeuze zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Enerzijds mag daarbij niet te gauw een mathematische benadering worden gevolgd (over de 'gelijkheid' van de verwijzingen), omdat de wilsovereenstemming het voornaamste element is. De wet van het grootste getal is hier niet van toepassing. Anderzijds kan in de loop van de contractuele relatie de vorm van de overeenkomst wijzigen van een schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst in een forumkeuze die gebruikelijk is geworden op basis van de handelwijzen van partijen of in een vorm die in de internationale handel gebruikelijk is en die partijen kennen of geacht worden te kennen. Daar waar aanvankelijk een battle offorms bestond, kan later alsnog een vorm voor een forumkeuze in lopende handelsbetrekkingen gebruikelijk zijn geworden of de gebruiken in het internationaal handelsverkeer zijn gevolgd.33