NJ 2024/213
Profijtontneming. Oordeel hof dat ook sprake is van een ‘ander strafbaar feit’ a.b.i. art. 36e lid 3 Sr is ontoereikend gemotiveerd.
HR 25-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:894
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 juni 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
22/00729
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS973837:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:894, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:230, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑05‑2023
- Wetingang
Art. 36e lid 3 Sr
Essentie
Zaak IJsberg. Profijtontneming. Art. 36e lid 3 Sr. Het hof heeft aannemelijk geacht dat zowel de misdrijven waarvoor de betrokkene is veroordeeld als ‘andere strafbare feiten’ op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dat sprake was van een ‘ander strafbaar’ feit, is ontoereikend gemotiveerd.
Samenvatting
Profijtontneming. Het cassatiemiddel klaagt over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het voert daartoe aan dat het hof ontoereikend heeft gemotiveerd dat de betrokkene een ‘ander strafbaar feit’ heeft begaan.
Het hof heeft toepassing gegeven aan art. 36e lid 3 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.