Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/3.3
3.3 Personenvennootschappen
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS605434:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
D.F.M.M. Zaman, ‘De stand van zaken van het Wetsvoorstel Personenvennootschappen en het Overgangsrecht’, WFR 2007, p. 809.
Overigens zullen Titel 9 Boek 7A BW en Titel 3 WvK wetstechnisch vervallen door middel van het wetsvoorstel ‘Invoering titel 7.13 BW’ (31 065), dat op 11 juni 2007 bij de Tweede Kamer is ingediend. De vaste commissie van Justitie heeft op 15 mei 2007 besloten om de bespreking van het wetsvoorstel ‘Titel 7.13 BW’ (28 746) aan te houden, totdat het wetsvoorstel ‘Invoering titel 7.13 BW’ (31 065) naar de Eerste Kamer is gestuurd. Beide wetsvoorstellen zullen dan gezamenlijk worden behandeld. Op het moment dat het manuscript van dit boek werd afgerond, werd gestreefd naar inwerkingtreding op 1 januari 2009.
Kamerstukken I 2006/07, 28 746, nr. E, p. 5 en 15, en Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 5.
Kamerstukken II 2002/03, 28 746, nr. 3, p. 16 en 18.
In het ondernemingsrecht kunnen verschillende soorten personenvennootschappen worden onderscheiden. Op dit moment betreft dit de maatschap, zoals geregeld in art. 7A:1655 BW, de VOF in de zin van art. 16 WvK, en de CV als bedoeld in art. 19 WvK. Raaijmakers (2006) wijst in dit verband ook op het EESV en de rederij.
Het huidige personenvennootschapsrecht bestaat uit sterk verouderde, onduidelijke, niet geïntegreerde en onvolledige wetgeving.1 De wettelijke bepalingen met betrekking tot de maatschap, VOF en de CV staan te ver verspreid in verschillende wetten, en sluiten niet meer aan bij de dagelijkse praktijk. In dit kader is thans het wetsvoorstel ‘Titel 7.13 BW’ (28 746) aanhangig, op basis waarvan de maatschap en VOF zullen verdwijnen. Hierbij zullen de huidige Titel 9 Boek 7A BW en Titel 3 WvK worden vervangen door een nieuw in te voeren Titel 13 Boek 7 BW.2 In deze titel zullen personenvennootschappen worden ingedeeld in drie basisvormen, namelijk de SV, OV en CV. Een belangrijke vernieuwing is voorts dat vennoten ervoor kunnen kiezen om de OV of CV rechtspersoonlijkheid te laten verkrijgen. Hierdoor ontstaat een OVR of CVR. Het doel hiervan is dat de OVR en de CVR als rechtssubject worden erkend, zodat goederenrechtelijke aspecten van de samenwerking kunnen worden vereenvoudigd. In art. 7:804 lid 2 (voorstel) BW wordt bepaald dat indien in enigerlei wetgeving wordt gesproken over rechtspersonen, hiermee niet wordt gedoeld op de OVR, tenzij uit de wet anders blijkt. Andere wettelijke gevolgen die rechtens worden verbonden aan het bezit van rechtspersoonlijkheid, gelden dus niet voor de OVR en CVR. Overigens heeft de Minister van Justitie nog de invoering van een ‘limited liability company’, ofwel LLC, en een ‘limited liability partnership’, ofwel LLP, overwogen.3 Het kabinet leidt echter uit onderzoek af dat er geen aanleiding is om dergelijke nieuwe rechtsvormen te introduceren: met de in gang gezette herziening van de personenvennootschap en de hierna te beschrijven flexibilisering van het BV-recht krijgen ondernemers al veel meer mogelijkheden voor maatwerk bij de inrichting van de rechtsvorm.4
Raaijmakers (2006) merkt op dat de vennoten in een personenvennootschap hun gezamenlijke controle over de onderneming en de onderlinge verhoudingen zelf moeten bepalen. Hierbij zijn de partners gezamenlijk gerechtigd tot de onderneming, en oefenen zij gezamenlijk de beheers-, beschikkings- en vertegenwoordingsmacht uit. Ook ten aanzien van een personenvennootschap geldt dus dat ‘ownership’ en ‘control’ in beginsel in handen zijn van dezelfde personen. Hieruit kan worden afgeleid dat de vennoten in financieel en organisatorisch opzicht een eenheid vormen met de onderneming die in de vorm van de vennootschap wordt uitgeoefend. Dit duidt op een gelijktijdige financiële verbondenheid en organisatorische verbondenheid. Echter, onder het nieuwe personenvennootschappenrecht zal een grote mate van contractuele vrijheid bestaan, hetgeen de mogelijkheid biedt om afzonderlijke bestuursorganen in het leven te roepen.5 Hierdoor zou ten aanzien van bijvoorbeeld een OV een vergelijkbare scheiding tussen ‘ownership’ en ‘control’ kunnen worden bereikt als bij een BV of NV. Als gevolg van de contractuele vrijheid zou die scheiding bij de OV in theorie zelfs groter kunnen zijn dan die bij de BV of NV. De parallelliteit van financiële en organisatorische verbondenheid hoeft dan niet per se aanwezig te zijn.