Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/7.3.1
7.3.1 Inleiding
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192592:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 51. Vgl. Rb. Utrecht 9 augustus 1989, NJ 1990/399 (Breevast) waarin de rechtbank oordeelde: “De wet geeft met betrekking tot de inhoud van een akkoord geen voorschriften en het is derhalve niet uitgesloten, dat een akkoord voorziet in een andere vorm van bevrediging der schuldeisers dan die van betaling in contanten.”
Tollenaar maakt eenzelfde onderscheid, vgl. bijv. Tollenaar 2016, p. 23.
Dat het moet gaan om een recht om, direct na de homologatie, een uitkering in te contanten te verkrijgen volgt uit de toelichting. Ratio van het uitstaprecht is immers dat schuldeisers uit een tegenstemmende klasse niet gedwongen kunnen worden door te financieren. Zie Kamerstukken II 2018/19, 35 249, nr. 3, p. 17.
Zie daarover uitgebreid §9.6.5.3.
345. De aanbieder van het pre-insolventieakkoord bepaalt de inhoud van het aan te bieden akkoord. Zoals uiteengezet in §4.7 vormt de contractsvrijheid daarbij het uitgangspunt. In de Memorie van Toelichting wordt wat betreft de mogelijke inhoud van het akkoord onderscheid gemaakt tussen een ‘uitkering in geld’ en een uitkering ‘in andere vorm’. Als voorbeelden van een uitkering in andere vorm worden aandelen en obligaties genoemd.1 Uit deze passage in de toelichting blijkt niet duidelijk of de toekenning van een recht op uitgestelde betaling in contanten kwalificeert als een uitkering in geld of als een uitkering in natura. Ik versta onder een ‘uitkering in natura’ ook een recht op uitgestelde betaling in contanten, dat er feitelijk op neerkomt dat de schuldeisers het aan de schuldenaar verstrekte krediet een langere periode blijven verstrekken (‘doorfinancieren’).2 Dit onderscheid is relevant, omdat de eerlijkheidsnorm van art. 384 lid 4 sub b Fw tegenstemmende in the money-schuldeisers feitelijk een uitstaprecht geeft in alle gevallen waarin zij geen recht op een onmiddellijke3 uitkering in geld verkrijgen op basis van het akkoord.4
De inhoud van het pre-insolventieakkoord is echter aan bepaalde grenzen gebonden. Die grenzen vloeien voort uit de tekst van de wettelijke regeling en de bijbehorende toelichting, maar ook uit het algemene vermogensrecht. Dat ook uit doel en strekking van deze regeling beperkingen volgen, kwam reeds aan bod in §4.7.