Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/109:109 Na de beslissing in eerste aanleg in de strafzaak
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/109
109 Na de beslissing in eerste aanleg in de strafzaak
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS451026:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Langemeijer voor HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654, NJ 2007, 484; Elzinga/Hielkema & Tebbenhoff Rijnenberg 2013 (T&C Sv), art. 421, aant. 3; Sas 2012, p. 58.
Kamerstukken II 1989-90, 21 345, nr. 3, p. 13 (MvT); HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006: AV2654, NJ 2007, 484; Sas 2012, p. 57.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als in de strafzaak geen hoger beroep wordt ingesteld door de verdachte of het OM en de vordering van de benadeelde partij is afgewezen, dan kan de benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering in hoger beroep. Dat beroep wordt behandeld als een hoger beroep van een civiele uitspraak, volgens de regels van Rv en door de civiele kamer van het hof (art. 412 lid 4 Sv).1 In het kader van deze civiele procedure in hoger beroep kan een voorlopig getuigenverhoor worden verzocht.
Een voorlopig getuigenverhoor kan niet worden bevolen als de vordering van de benadeelde partij in de strafzaak in hoger beroep wordt behandeld. Ten eerste duurt de voeging voort in hoger beroep als de vordering van de benadeelde partij is toegewezen en door de verdachte of het OM hoger beroep is ingesteld (art. 421 lid 2 Sv). Ten tweede kan de benadeelde partij zich in hoger beroep opnieuw voegen als haar vordering (gedeeltelijk) is afgewezen en door de verdachte of het OM hoger beroep is ingesteld (art. 421 lid 3 Sv).
Als de vordering van de benadeelde partij ontvankelijk is, maar wordt afgewezen door de strafrechter en de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, dan kan dezelfde vordering niet nogmaals aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.2 Een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor ten behoeve van een bij de civiele rechter aanhangig te maken schadevergoedingsvordering zal daarom op grond van onvoldoende belang moeten worden afgewezen als deze vordering door de strafrechter reeds is afgewezen.