Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/4.1:4.1 Inleiding
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457681:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Interessant zijn verder de adviezen van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (hierna: AIV) over de EMU. Zie met name: AIV 2010; AIV 2012; AIV 2014; AIV 2017. Deze adviezen houden geen rechtstreeks verband met het begrotingsproces, waardoor de AIV hieronder niet afzonderlijk besproken wordt. Bovendien hebben de adviezen van de AIV in het algemeen meer betrekking op buitenlands beleid. Ook daarom heeft de AIV geen zelfstandige plaats in dit hoofdstuk gekregen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast de regering en de Staten-Generaal zijn er verschillende andere nationale instellingen betrokken bij het begrotingsproces, zoals al bleek bij de bespreking van de begrotingscyclus in par. 2.9. Dit hoofdstuk gaat in op de rol van deze niet-parlementaire instellingen.
Hiermee worden drie doelen beoogd. Allereerst zorgt dit hoofdstuk voor een volledig beeld van de gang van zaken rondom het begrotingsproces. Daarnaast kan hierdoor het volgende deel van dit proefschrift, over Europese integratie, in het juiste perspectief worden geplaatst. Zoals in het tweede hoofdstuk kort is ingegaan op nationale begrotingsnormen om in het volgende deel van dit proefschrift het verschil met Europese begrotingsnormen aan te kunnen geven, zo sta ik in dit hoofdstuk stil bij de rol van nationale niet-parlementaire instellingen bij het begrotingsproces, om in het volgende deel de betrokkenheid van de EU bij het nationale budgetrecht te behandelen. Uiteraard verschilt de betrokkenheid van de EU bij het nationale budgetrecht wezenlijk van de rol van de nationale niet-parlementaire instellingen daarbij, maar tegelijkertijd laat dit hoofdstuk zien dat de EU niet de enige instantie is die de invulling van het budgetrecht beïnvloedt. Tot slot spelen sommige van de hierna te bespreken nationale niet-parlementaire instellingen een rol bij de uitvoering van Europese maatregelen. Ook om die reden is het mijns inziens nuttig om stil te staan bij hun precieze taken en bevoegdheden binnen het begrotingsproces.
Ik bespreek hieronder de nationale, publieke instellingen die op objectieve wijze betrokken zijn bij het begrotingsproces. Gekleurde en private organisaties, zoals lobbyclubs, maatschappelijke organisaties, wetenschappelijke instituten van politieke partijen of brancheverenigingen worden daarom niet meegenomen. Deze selectie leidt tot een bespreking van achtereenvolgens het Centraal Planbureau, de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Sociaal-Economische Raad, De Nederlandsche Bank, het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Centraal Economische Commissie.1 De focus ligt hierna op het Centraal Planbureau, omdat de rol van dit bureau bij het begrotingsproces in de praktijk het meest af blijkt te wijken van de wettelijke grondslag. De genoemde instanties worden hier aangeduid als ‘niet-parlementaire instellingen’, om het onderscheid te onderstrepen met de rol van het parlement (en de regering) bij de begrotingscyclus. Hiermee wordt niet ontkend dat een enkele institutie deel uitmaakt van een ministerie of dat er sprake kan zijn van financiering via de rijksbegroting.