Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.2
4.2 Het doel van het faillissementsverslag
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675763:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 6 mei 1976, Stb. 1976, 280.
Art. 73a lid 3 Fw en art. 68 lid 2(a) en (c) Fw. Lid 3 is bij wet van 22 maart 2017 toegevoegd aan art. 73a (Wet versterking positie curator). Zie ook Rb. Rotterdam 21 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4902, JOR 2017/278.
Kamerstukken II 2015/16, 34253, 6, p. 15; Van den Berg Hiemstra 2010.
Kamerstukken II 1970/71, 11085, 3, p. 4; Hummelen 2016
Wet van 22 maart 2017 tot wijziging van de FFaillissementswet in verband met de versterking van de positie van de curator (Wet versterking positie curator).
Art. 73a(3) jo. 68(2) onder a en c Fw.
Nota van toelichting bij het conceptbesluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister, §2.3, 10256 2020.
Conclusie A-G Huydecoper bij HR 21 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS3534 (Jomed I), o. 12 en de daarin aangehaalde bronnen.
HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3534 (Jomed I).
Conclusie A-G Huydecoper bij HR 21 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS3534, o. 12.
Kamerstukken II 2014/15, 34253, 3, p. 5.
Melissen 2011, p. 296.
HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS3534 (Jomed I), r.o. 3.9. Deze volledige verantwoording is de curator slechts verschuldigd aan de rechter-commissaris.
Kamerstukken II 2014/15, 34253, 3, p. 5.
Vgl. Toetsingscommissie INSOLAD 2021, TvI 2022/12 m.nt. M.D. Reijneveld, p. 49. Zie anders Oppedijk van Veen & Leverink 2020, p. 37.
Art. 69 Fw. Zie ook HR 21 januari 2005 ECLI:NL:HR:2005:AR3406 (Jomed I en II). Op deze informatieverstrekking ga ik in dit hoofdstuk niet verder in. De rechter die op verzoek van een crediteur die via art. 69 Fw of een civiele procedure op grond van 3:15j BW om meer informatie verzoekt, aan de curator beveelt om meer informatie te verstrekken, creëert daarmee een nieuwe grondslag voor de curator om persoonsgegevens te verwerken.
HR 26 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:462 en conclusie AG 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1013. Dit verzoek van de bestuurder werd overigens afgewezen.
De curator is verplicht om periodiek verslag uit te brengen over de toestand van de boedel en dit verslag ter griffie te deponeren.1 In het faillissementsverslag geeft de curator informatie over het verloop van het faillissement. Ook geeft hij aan hoe hij zich heeft gekweten van zijn fraudesignalerende rol.2 De curator beoordeelt of sprake is (geweest) van onregelmatigheden die het faillissement (mede) hebben veroorzaakt, de vereffening bemoeilijken of het boedeltekort hebben vergroot en, indien dit het geval is, of hij of de rechter-commissaris het nodig acht dat aangifte wordt gedaan van die geconstateerde onregelmatigheden.
Vanuit het perspectief van gegevensbescherming komt groot belang toe aan het doel van een bepaalde verwerking van persoonsgegevens. Dit doel is bepalend voor zowel de typen als de hoeveelheid persoonsgegevens die mogen worden verwerkt. Belangrijk is dat alleen de minimale hoeveelheid persoonsgegevens mag worden verwerkt die noodzakelijk is om het doel te bereiken (zie hierover verder §4.5). Daarom is het relevant om de ondergrens van de inhoud van het faillissementsverslag te bepalen: wat moet er in ieder geval in het faillissementsverslag staan?
Bij de invoering van de verplichting om een openbaar verslag te schrijven, had de wetgever een tweeledig doel voor ogen. In de eerste plaats stelt het openbare faillissementsverslag schuldeisers in staat zich te informeren over het verloop van het faillissement. Het verslag draagt zo bij aan transparantie over de afwikkeling van het faillissement.3 Daarnaast is de verplichting ingevoerd om een vlottere afwikkeling van faillissementen te bevorderen.4 Bij de invoering van de Wet versterking positie curator5 is toegevoegd dat de curator in het faillissementsverslag vermeldt hoe hij zich van zijn fraudesignalerende rol heeft gekweten.6 In 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming nog toegevoegd dat het doel van het faillissementsverslag “openbaarheid is”.7
Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 73a Fw kan worden afgeleid dat het verslag is bedoeld om schuldeisers te informeren. Wanneer men echter artikel 73a Fw leest, heeft het verslag een ruimere bedoeling, namelijk inzage door eenieder. Waarom inzage is opengesteld voor eenieder blijft zonder toelichting.8 Ook de Hoge Raad acht de informatie kennelijk niet alleen bedoeld voor crediteuren, zo volgt uit het arrest Jomed I.9 Daarmee volgde de HR de conclusie van A-G Huydecoper die concludeerde dat de periodieke verslaglegging “niet specifiek ziet op (de belangen van) crediteuren, maar geldt voor alle geïnteresseerden, ongeacht hun belangen”.10 Ook uit de Memorie van Toelichting bij de Wet versterking positie curator blijkt dat de wetgever er rekening mee heeft gehouden dat het verslag publiekelijk beschikbaar is.11
Aan de informatie in het faillissementsverslag worden in de Faillissementswet, wetstoelichting en jurisprudentie geen hoge eisen gesteld.12 Uit het arrest Jomed I volgt bijvoorbeeld dat de curator geen volledige verantwoording over de afwikkeling van de boedel hoeft af te leggen. De Hoge Raad liet het oordeel van de rechtbank in stand dat de curator middels het faillissementsverslag een globaal inzicht geeft in het verloop van het faillissement.13 Ook uit de Memorie van Toelichting bij de Wet versterking positie curator blijkt dat de curator zich kan beperken tot een “globale weergave [van zijn werkzaamheden], omdat [het] faillissementsverslag openbaar is” en “het niet altijd aangaat om in dit stadium al publiekelijk te maken dat er misschien «iets mis» is met het faillissement”.14
Hoewel deze globale weergave kan worden beschouwd als de ondergrens voor de inhoud van het verslag, is het daarmee een waardevolle aanwijzing voor de minimale inhoud van het verslag. Deze minimale inhoudseis is voor de AVG van groot belang. De curator voldoet aan zijn minimale verplichting tot informatieverstrekking wanneer hij globaal informeert. Het is daarom niet proportioneel in het licht van de AVG om meer persoonsgegevens te verstrekken dan deze globale informatie. Omdat aan het doel van het faillissementsverslag en daarmee aan de verplichting tot minimale gegevensverwerking wordt voldaan wanneer globaal wordt geïnformeerd, ga ik uit van dit doel voor de rest van dit hoofdstuk.15
Het verslag dient wel de toestand van de boedel kenbaar te maken voor belanghebbenden die niet over bijzondere deskundigheid beschikken, zonder dat zij nader onderzoek hoeven te doen.16 Wanneer schuldeisers van mening zijn dat de curator onvoldoende informatie deelt, kunnen zij de rechter-commissaris verzoeken de curator te bevelen meer informatie te geven.17 Hetzelfde geldt voor de gefailleerde.18
Op basis hiervan kan de ondergrens van het doel van het faillissementsverslag worden geformuleerd als globale informatieverstrekking aan eenieder over de stand van de boedel. Op basis van het beginsel van dataminimalisatie is deze ondergrens feitelijk ook de bovengrens. De curator is daardoor verplicht om niet meer informatie dan dit te verstrekken. Het feit dat de AVG verplicht om verwerkingen tot deze ondergrens te beperken, kan leiden tot spanning tussen transparantie en informatieverstrekking enerzijds en gegevensbescherming anderzijds. De wetgever zou dit kunnen oplossen door een duidelijkere en breder geformuleerde grondslag te creëren waaruit een ruimer doel van het faillissementsverslag blijkt.
Per verslag dient te worden bepaald welke informatie in het verslag moet staan. Hierbij kan bijvoorbeeld worden bedacht dat het eerste verslag andersoortige informatie zal omvatten dan het laatste verslag, en dat in het faillissement van een kleine onderneming andere informatie gepast is dan in een faillissement met een grote maatschappelijke of economische impact.