Rb. Noord-Nederland, 15-09-2021, nr. LEE 21/1508
ECLI:NL:RBNNE:2021:4183
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
15-09-2021
- Zaaknummer
LEE 21/1508
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBNNE:2021:4183, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 15‑09‑2021; (Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak)
Uitspraak 15‑09‑2021
Inhoudsindicatie
Mijnbouwschade. Mondelinge uitspraak. Het beroep is ingediend en ontvangen na het verstrijken van de beroepstermijn. De omstandigheden die eiser heeft aangevoerd over het te laat indienen, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar te achten. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
Partij(en)
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 21/1508
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van15 september 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
Instituut Mijnbouwschade Groningen, verweerder
(gemachtigde: K. Winterink en P. Zoeten).
Procesverloop
In het besluit van 7 december 2020 (primair besluit) heeft verweerder eiser geen schadevergoeding toegekend.
In het besluit van 30 maart 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1.1
De rechtbank stelt vast – zoals ook door eiser is erkend – dat het beroep na afloop van de termijn van zes weken (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb) is ingediend. De termijn voor het indienen van het beroep eindigde op 12 mei 2021 en het beroepsschrift is gedateerd op 19 mei en meer dan een week na afloop van de termijn, namelijk op 21 mei 2021, ontvangen door de rechtbank.
1.2
Als redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege (artikel 6:11 van de Awb).
1.3
Eiser voert aan dat de late indiening van het beroepschrift te maken heeft met de inschakeling van een werkgroep mijnbouwschade na het bestreden besluit. Na afloop van de termijn heeft eiser zijn zoon gemachtigd en verzocht beroep in te stellen.
1.4
Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij op de hoogte was van de beroepstermijn van zes weken. In het bestreden besluit staat aangegeven op welke manier beroep kan worden ingediend. De jurisprudentie over het niet tijdig indienen van een beroepschrift is strikt.Uit de stukken in het dossier blijkt dat eiser in staat was om tijdig bezwaar in te dienen en adequaat en snel te reageren op verzoeken en brieven van verweerder. Eiser heeft ter zitting verklaard dat er geen bijzondere omstandigheden speelden in de beroepstermijn die hebben gemaakt dat hij geen beroepschrift kon indienen voor het afloop van de beroepstermijn. Ook met het inschakelen van een werkgroep mijnbouwschade lag het op de weg van eiser om binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen.
De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht en ook overigens geen bijzondere omstandigheden waarbij redelijkerwijs moet worden geoordeeld dat eiser niet in verzuim was bij het indienen van het beroepschrift na afloop van de termijn.
Dat betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend.
1.5
Het beroep is niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2021 doormr. J.W. Sijnstra-Meijer, rechter, in aanwezigheid vanA.J. van Bruggen, griffier.
griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven.