NJB 2022/2712
Verbeurdverklaring en de begrippen ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in art. 33a lid 1 Sr: daaronder moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. In casu heeft het hof kennelijk geoordeeld dat het geldbedrag van € 281,85 geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is verkregen en dat het daarom vatbaar is voor verbeurdverklaring. Dit oordeel is niet zonder meer begrijpelijk nu uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen volgt dat de verdachte met de bewezenverklaarde verkoop van cocaïne (slechts) € 40 heeft verkregen.
HR 15-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1620
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
15 november 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, J.C.A.M. Claassens, M. Kuijer
- Zaaknummer
21/00741
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1620, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:1065, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑09‑2022
- Wetingang
(art. 33a Sr)
Essentie
Verbeurdverklaring en de begrippen ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in art. 33a lid 1 Sr: daaronder moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan. Voor verbeurdverklaring is vereist dat één van de in art. 33a lid 1 Sr genoemde gronden zich voordoet ten aanzien van het bewezenverklaarde feit. In casu heeft het hof kennelijk geoordeeld dat het geldbedrag van € 281,85 geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is verkregen en dat het daarom vatbaar is voor verbeurdverklaring. Dit oordeel is niet zonder meer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.