De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.1:6.1 Inleiding
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652326:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dat een ander dan de rechtspersoon de kosten van de enquêteprocedure financiert betekent niet noodzakelijk dat die ander ook schuldenaar is. Daartoe dient die ander tot financiering te zijn verplicht door de Ondernemingskamer, waarover ook par. 6.4.3, althans dient schuldoverneming (art. 6:155 BW) te zijn overeengekomen tussen partijen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de voorgaande hoofdstukken kwam de kostenstructuur van de enquêteprocedure aan de orde. Aandacht ging daarbij uit naar zowel de kosten van het onderzoek (hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3) als de beloning van OK-functionarissen (hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5). In dit hoofdstuk beantwoord ik de vraag wie deze kosten moet financieren – volgens de wettekst is dat de geënquêteerde rechtspersoon – en onderzoek ik of er ook ruimte bestaat voor anderen dan de geënquêteerde rechtspersoon om de kosten van de enquêteprocedure te financieren. Ik onderzoek daarbij ook welke voorwaarden een ander dan de rechtspersoon kan stellen aan financiering van de kosten van de enquêteprocedure, en welke invloed deze financier kan uitoefenen op de werkzaamheden van de onderzoeker en OK-functionarissen.
Onder financiering versta ik hier steeds zowel de zekerheidstelling voor als de betaling van de kosten van de enquêteprocedure.1 Financiering van de kosten van het onderzoek betreft die kosten als beschreven in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3; financiering van de beloning van OK-functionarissen betreft die kosten als beschreven in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5. Financiering van de kosten van het onderzoek en/of de beloning van OK-functionarissen duid ik hierna aan als financiering van de kosten van de enquêteprocedure.
Ik vang aan met een bespreking van het wettelijk uitgangspunt van financiering van de kosten van de enquêteprocedure door de rechtspersoon (par. 6.2). Daarbij besteed ik ook aandacht aan de werking van dit uitgangspunt in concernenquêtes (par. 6.3). Vervolgens beschrijf ik verschillende vormen van financiering door een ander dan de rechtspersoon, waarbij ook aandacht uitgaat naar de toezegging van financiering, mogelijke financieringsvoorwaarden, en mogelijke invloed van de financier op de werkzaamheden van de onderzoeker en OK-functionarissen (par. 6.4). Ik bespreek hierna de bijzonderheden van financiering door de enquêteverzoeker (par. 6.5), een belanghebbende bij de enquêteprocedure (par. 6.6), en specifiek de curator (par. 6.7) en bestuurders en commissarissen (par. 6.8). Ik wijs tot slot op de mogelijkheid dat de onderzoeker de facto de kosten van het onderzoek financiert (par. 6.9).
Onbesproken blijven hier de bijzondere redenen die aan financiering van de kosten van het onderzoek door deze verschillende partijen ten grondslag kunnen liggen – kortweg de verzameling van informatie, de bijzondere bewijswaarde die een enquêteprocedure kan hebben in een opvolgende aansprakelijkheidsprocedure (al dan niet als pressiemiddel ter forcering van een schikking) en de mogelijkheid tot verhaal van de kosten van het onderzoek op de voet van art. 2:354 BW. Daarover handelen in algemene zin hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8. Ten aanzien van de curator spelen hiernaast enkele bijzondere redenen voor financiering van de kosten van de enquêteprocedure, waarover ik schrijf in par. 6.7.4.