Gst. 2020/72
De brief waarin appellanten worden geïnformeerd over het van kracht worden van een noodverordening kan niet als een besluit worden aangemerkt. De noodverordening zelf bevat naar haar aard algemeen verbindende voorschriften waartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Daarom dient het verzoek om voorlopige voorziening te worden afgewezen.
Rb. Rotterdam 19-03-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2496, m.nt. J.G. Brouwer & A.J. Wierenga
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
19 maart 2020
- Magistraten
Mr. L.A.C. van Nifterick
- Zaaknummer
ROT 20/1436
- Noot
J.G. Brouwer & A.J. Wierenga
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS200385:1
- Vakgebied(en)
Corona (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2020:2496, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 19‑03‑2020
- Wetingang
Essentie
De brief waarin appellanten worden geïnformeerd over het van kracht worden van een noodverordening kan niet als een besluit worden aangemerkt. De noodverordening zelf bevat naar haar aard algemeen verbindende voorschriften waartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Daarom dient het verzoek om voorlopige voorziening te worden afgewezen.
Samenvatting
Voor zover het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zich richt tegen de brief van 16 maart 2020, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de brief niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb. In de brief worden verzoekers immers alleen geïnformeerd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.