NJ 2025/292
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie; maatstaf. Voeging in procedure op voet art. 3:305a BW?; belang.
HR 10-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1534
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons
- Zaaknummer
25/00497
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD31480:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1534, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:695, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
- Wetingang
Art. 217, 1018d, 1018e Rv; art. 3:305a BW
Essentie
Procesrecht. Incident tot voeging in cassatie; maatstaf. Voeging in procedure op voet art. 3:305a BW?; belang.
Samenvatting
Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen (art. 217 Rv). Voor het aannemen van een zodanig belang is voldoende dat de partij die voeging vordert, nadelige gevolgen kan ondervinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde zij zich wenst te voegen. Onder nadelige gevolgen zijn in dit verband te verstaan de feitelijke of juridische gevolgen die de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.